Gas, water en licht. Voor onze generatie was het altijd behoorlijk vanzelfsprekend dat het gewoon uit de grond, de kraan of het stopcontact kwam. Steeds vaker blijkt dat het toch niet zo vanzelfsprekend is. Vorige week hadden we het al even over al die projecten in de stad, die worden gestaakt of uitgesteld vanwege problemen met de stroomvoorziening.
Gisteren was er een oproep van netbeheerder Stedin om tussen 16.00 en 21.00 uur minder stroom te gebruiken. Die oproep kon in de reacties bij Omroep Zeeland (op Facebook) op weinig begrip rekenen. Het is ook nogal wat. Het voelt alsof we terug in de tijd gaan. Dat we basisvoorzieningen toch niet zo goed op orde hebben.
De discussie laten we over aan anderen, maar het bericht maakte wel dat we zin kregen in wat nostalgische plaatjes over de stroomvoorziening in Middelburg in vroeger tijden. In ZB Beeldbank Zeeland is een mooie collectie te vinden, uit de archieven van de PZEM, met de bedrijfswagens van toen, werk aan meters, de oude gasfabriek op het Molenwater, enzovoort.
Mooi is het bijschrift bij de eerste foto, uit 1910. De stroomvoorziening van Middelburg begon in…. Vlissingen.
De tekst: ‘Machinezaal; Zuigerstoommachine uit 1909 in de centrale aan de Koningsweg 37 van de TVFM: Société Anonyme des Tramways à Vapeur Flessingue-Middelbourg et Extensions (uit Brussel). Voldoende capaciteit om niet alleen de tram, maar ook elektriciteit te leveren aan de gemeente Vlissingen voor stadsverlichting en aan particulieren. Leverde vanaf 1912 ook stroom aan het gemeentelijk elektriciteitsbedrijf van Middelburg. De centrale was tot 1954 in bedrijf, tot 1968 als reserve, in 1975 gesloopt.’
Voor de liefhebbers hieronder een samenvatting van teksten van het Zeeuws Archief, Zeeuwse Ankers en uit ZB Krantenbank Zeeland, over de opkomst van elektriciteit in Middelburg. De eerste gaslantaarns kreeg de stad pas in 1853. Honderd jaar later verdwenen de laatste uit het straatbeeld.
Middelburg maakte halverwege de 19e eeuw gebruik van gasverlichting voor straatlantaarns, maar tegen het eind van die eeuw kwamen de eerste experimenten met elektrische verlichting. De stad had sinds 1854 een gemeentelijke gasfabriek aan het Molenwater, die economisch gas’ leverde voor de straatverlichting.
Rond 1880 nam de gemeente de gasfabriek over en waren er circa 175 grote en 135 kleine gaslantaarns in gebruik voor de openbare verlichting (Met de introductie van gloeikousjes (rond 1900) werd gaslicht efficiënter, en het aantal gaslampen groeide tot 442 stuks.
De eerste toepassing van elektrisch licht in de openbare ruimte van Middelburg was ter gelegenheid van feestelijkheden ter ere van de troonsbestijging van koningin Wilhelmina. In 1898 werd de Markt tijdelijk verlicht met negen booglampen – een noviteit destijds. De Middelburgsche Courant berichtte enthousiast dat de Markt ‘op eigenaardige wijze zal worden verlicht, nl. door een aantal electrische lampen, wat een phantastischen aanblik belooft’. Hoewel dit een tijdelijk experiment was, toonde het de mogelijkheden van elektrisch licht.
In de jaren daarop werd de infrastructuur voor elektriciteit opgebouwd. Een belangrijke stap was de komst van de elektrische tramverbinding tussen Middelburg en Vlissingen in 1910. Voor die tram werd in Vlissingen een elektriciteitscentrale gebouwd, omdat Middelburg zelf nog geen centrale had. De beschikbaarheid van stroom via de trammaatschappij maakte de weg vrij voor publieke elektrische verlichting.
In april 1912 sloot de gemeente Middelburg een contract met de Elektrische Trammaatschappij te Vlissingen voor de levering van elektriciteit “voor licht en kracht” aan de stad. Er werd een Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf opgericht en men verwachtte dat tegen eind 1912 stroom geleverd kon worden. Inderdaad werd op 2 november 1912 het nieuwe elektrische netwerk in gebruik genomen.
Kort daarop ging de eerste permanente elektrische straatverlichting daadwerkelijk aan: begonnen op de Markt en de Stationsstraat, die toen als eerste straten elektrisch waren verlicht. Elders in de stad bleven nog gaslantaarns branden, maar dit markeerde het begin van de elektrificatie van de openbare verlichting.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was de elektrische straatverlichting in Middelburg nog beperkt van omvang. De Markt en de Stationsstraat werden toen al elektrisch verlicht, naast nog drie straatlantaarns op petroleum, maar de overige straten werden verlicht door circa 430 gaslantaarns. Tijdens de oorlogsjaren leidde kolenschaarste tot beperkte gasproductie, waardoor men de verlichting soms moest dimmen of doven (‘gasloze woensdagen‘).
Dit versnelde geleidelijk de acceptatie van elektriciteit als alternatief, hoewel ook stroomvoorziening afhankelijk bleef van kolen (de centrale in Vlissingen). In de jaren 1920 en 1930 werd het netwerk verder uitgebreid en kregen steeds meer straten elektrische verlichting. Gaslicht bleef echter nog lange tijd aanwezig in woonwijken en minder drukke straten vanwege de al aanwezige infrastructuur en lage kosten.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de overgang voltooid. Begin jaren 1950 besloot Middelburg om de resterende gaslantaarns te vervangen. In 1954 werd de gasstraatverlichting volledig opgeheven en omgebouwd naar elektrische verlichting. Vanaf dat moment brandden alle straatlampen op elektriciteit.
Foto’s: Beeldbank ZB Bibliotheek van Zeeland op https://digitaal.dezb.nl
Knipsels: ZB Krantenbank Zeeland
Teksten via: