In januari schreven we over de verkoop van het pand aan Vlasmarkt 6-8 in Middelburg. Arjen de Pagter vertelde ons dat hij als kind in dat pand op school had gezeten. Op oude foto’s zagen we niets wat op een school leek, maar in ZB Krantenbank Zeeland vonden we wel enkele knipsels, die verwezen naar de Nuts-Kleuterschool die daar ooit zat.

Een paar maanden later kregen we een mail van de 87-jarige heer Dick L. Spuij. Hij stuurde ons een foto van een klas van die school, die ergens in de oorlogsjaren gemaakt zou moeten zijn. De heer Spuij kent na al die tijd nog best wat namen van de kinderen op de foto, en vraag zich af of er nog mensen in leven zijn. De school was volgens hem gevestigd naast de woning van de bekende gymleraar Koers. Zijn er mensen die nog gezichten herkennen?
Dick haalde in de mail ook herinneringen op aan zijn jeugdjaren in Middelburg. Dat verhaal delen we graag. Grappig genoeg refereert hij ook nog aan de kelders van van Eenennaam aan de Korendijk en Kinderdijk, die hier twee weken geleden aan bod kwamen, in het stuk over de gedenksteen voor die man.
Ter illustratie zochten we in de beeldbanken van de ZB en het Zeeuws Archief een paar beelden bij het verhaal, van de Eigenhaardstraat in 1940 en 1950, de Baarsjesstraat in 1950 en een klas van School J in de Nederstraat, in 1945. We citeren de heer Spuij:
Geboren in 1937 in Vlissingen, verhuisde ik met mijn moeder bij het binnenvallen van de Duitsers naar mijn opa en oma Bosdijk, in de Eigenhaardstraat 43 in Middelburg. Daar zijn we gedurende de oorlog en nog enkele jaren na de bevrijding in blijven wonen. Vervolgens – Walcheren was inmiddels weer drooggemalen – zijn we, mijn moeder en ik, verhuisd naar een nieuwbouwwoning aan de Baarsjestraat in Middelburg.
Gedurende de oorlogsjaren verbleven wij vaak in de graankelders van van Eenenaam aan de Korendijk. Ik herinner me dat, dat kelderdeel over de volle breedte over de vloeren vol lag met jute balen met tarwe. Daar lagen en sliepen we op. In de Eigenhaardstraat stond over de gehele straatlengte met de oneven nummers een lange rij wagens van de Duitsers. Aan die oneven zijde stond een rij z.g. Leilinden, waaronder de wagens enige vorm van camouflage hadden. Het waren uitsluitend wagens die door paarden getrokken werden. Die paarden waren bij de Walcherse boeren gevorderd. Ze waren allemaal gestald in een enorme loods, die enerzijds aan de Loskade grensde en anderzijds aan de Werfstraat.
Ik heb midden in de Eigenhaardstraat een enorm stalen brugdeel met klinknagels zien liggen, dat ná het opblazen van de Stationsbrug over de hoge huizen aan de Loskade was geslingerd. Ik heb na de bevrijding door de Canadezen gezien, dat er een zeer lange en brede stoet van haveloze Duitse krijgsgevangen soldaten, met z’n vieren naast elkaar over de ~Korendijk schuifelden. Daarna de smalle Bellinkbrug over liepen en…op de brug…hun wapens over de reling in het water moesten werpen. Slechts één Canadees met een geweer en geknield op één knie hield daar toezicht op. De Duitsers waren kennelijk blij dat het er op zat. Via de Kaai aan de andere kant schuifelde de stoet de Nieuwstraat in. Ook daar weer een Canadees op één knie met zijn geweer in de aanslag.
We zijn nimmer meer naar Vlissingen teruggekeerd. Ik stam af uit een grote loodsenfamilie in Vlissingen. Mijn vader was gezagvoerder op de z.g. wildevaart. Hij lag met zijn schip in Antwerpen toen de Duitsers Nederland binnen vielen. Hij vertrok via Engeland naar Amerika en heeft gedurende de oorlog uitsluitend voor de geallieerden konvooien gevaren, waarbij hij tot drie keer toe is getorpedeerd. Na dertig jaar zie ik mijn vader voor het eerst weer terug. Maar dat is een verhaal apart.
Met vriendjes uit Middelburg – ik herinner me Tjerk Westerterp van de Noordweg/ Maarten van de Ende van de Noordweg / Jan van der Ven van de Noordweg. Kees Hordijk met wie ik op de padvinderij van de Berdenis van Berlekomgroep zat. We huisden toen in het grote middeleeuwse gebouw dicht bij Miniatuur Walscheren. De Nederlandse Heidemij had de eerste verdieping als kantoor. Ik heb vernomen dat het gehele gebouw nu in gebruik is bij de padvinderij. Ze hebben me destijds nog een eerbetoon gebracht door me een gouden Jan van Hooff kruisje toe te kennen – een scouting memory. Ik redde Kees Hordijk bij een kano-ongeval op het Kanaal door Walcheren van een wisse verdinkingsdood.
Met genoemde jongens hebben we echt hele gevaarlijke ‘spelletjes’ gespeeld in de duinen nabij Oostkapelle, waar we kind aan huis waren in duinen. De lange betonbaan die de Duitsers hadden aangelegd in het toenmalige waterwingebied. Aan die eigenlijke tankbaan waren op bepaalde afstanden van elkaar enorme bunkers gebouwd, waar vanaf de landzijde zo een tank in kon rijden. Het geheel maakte deel uit van de Atlantic Wall.
Aan de zogenoemde rode weg (zo genoemd vanwege kapotgeslagen rode dakpannen) was bij het strand een grote bunker met meerdere verdiepingen en een liftschacht. Daar braken we de koppen los in scheuren in het beton van nog aanwezige granaten. We haalden de lange kruitstaven uit de hulzen. Wikkelde zilverpapier, folie bestond nog niet, om enkele staven en je had de mooiste voetzoekers.
Er waren ook kleine houten platte doosjes. Daar zaten gaten in geboord. In elk gaatje zat een aluminium kokertje, een detonatie-eenheid. Als je nu zo’n kruitstaaf in zo’n kokertje plaatste en de staaf aanstak, dan kreeg je een enorme knal. Het kostte Maarten van den Ende – werkte later bij de gemeente – een paar vingertoppen.
Ik heb twee keer het water meegemaakt. Eerst door de dijkverwoestingen door de geallieerden in Vlissingen / Nollendijk – Rithem / Westkapelle / Veere. Het – toen nog eiland Walcheren ( op de Sloedam na ) leek op een gigantisch spinnenweb. Overal stonden hoge houten palen met daar overheen, onderling overspannen met prikkeldraad. Tegen landingen van parachutisten. Ook 1953 was ik daar nog. De ramp. In mijn klas op de school in de Nederstraat had ik een vriendje. Hij heette Minnebo en kwam uit Veere. Zijn vader was schipper op de reddingsboot die toen nog in Veere was gestationeerd. We mochten mee naar Zierikzee om dekens en brood te brengen. Ik herinner me de stranden bij Oostkapelle , Vrouwenpolder en Domburg. Ze lagen bezaaid met dode paarden/ koeien en ander vee.
Wat best grappig is , is het volgende: Aan het einde van de Loskade stond de fabriek van Philips, Vitrite Workshop, zeg maar ‘de fitting‘. Nu liep ik in de lagere school-tijd altijd vanaf de Eigenhaardstraat, via de Nieuwepoort en vandaar via de brede zeer lange onverharde ‘weg’ achter de huizen van enerzijds de Dokstraat en anderzijds de Korendijk/Kinderdijk. Aan het eind kwam je bij het ‘Dokje’, Nu een kleine jachthaven. Ik liep helemaal door tot het eind… tot achter het pand van Jansen – de latere zaak in bootbenodigdheden. Daar klom ik tegen de muur op en via de Spijkerbrug en de andere brug naar de Nederstraat, waar school J. was.
Maar in die tijd hadden we nog echt strenge winters. Ik herinner me 1947 als een zo strenge winter, dat men met paard (zo’n zware Ardenner ) en wagen op het kanaal reed. En dat was toen nog zout water. En het was mij al elke winter dat ik er langs kwam, dat het Dokje niet of met vies geel ijs was bevroren. Ik herinner me dat uit het talud aan de overzijde van het Dokje – dus op het terrein van de Vitrite – een lange buis horizontaal boven het water was gemaakt. Daar stroomde constant een geelachtige (mogelijk koperafval water ) vloeistof het Dokje in.
Nu jaren later ga je inzien dat dit een enorme vervuiling is geweest. Ik schreef een uitgebreide waarneming en stuurde die naar de PZC. NOOIT enig antwoord. Maar inmiddels enkele jaren verder, heb ik opnieuw geschreven, maar nu naar de gemeente Middelburg. Ik heb een keurig en uitgebreid antwoord gekregen van een milieudeskundige. Rijkswaterstaat heeft inmiddels het gehele Dokje, maar ook belendende kanaalaansluitingen geheel schoongemaakt en het giftige slib afgevoerd.
Ik heb er een fijne jeugd gehad, kende ‘het eiland’ en Middelburg als m’n broekzak en kom er graag nog terug. Ik heb een halfzus die in Middelburg woont. Ze heet van haar meisjesnaam Gerda Remijn, tegenwoordig van Wingerden. We hebben de zelfde moeder. Stiefvader Gerrit Remijn was jarenlang gemeentebode in Middelburg.
Eerste foto: collectie Dick Spuij
Overige foto’s: Beeldbank Zeeland ZB
Knipsels: ZB Krantenbank Zeeland