Of het nu echt al een jaarlijks fenomeen is, dat weten we niet zeker, maar feit is wel dat er in de zomer wel vaker grote hoeveelheden kwallen in de grachten van Middelburg zwemmen. Vanochtend zagen we er ook een heleboel in het water tussen de Kousteensedijk en de Turfkaai/Houtkaai.
We lezen online dat die kwallen daar kunnen leven omdat het water in en rond Middelburg geen afgesloten zoetwaterbak is. De grachten en havens staan via het stedelijke watersysteem en het Kanaal door Walcheren in verbinding met brak en zout water richting het Veerse Meer en Vlissingen. Kwallen kunnen daardoor vanuit het buitenwater in Middelburg terechtkomen.
Warm water versnelt hun ontwikkeling. Veel kwallen beginnen hun leven als een piepkleine poliep, vastgehecht aan bijvoorbeeld stenen, kademuren, palen of scheepsrompen. Wanneer het water in voorjaar en zomer opwarmt, kunnen zulke poliepen kleine kwalletjes afsnoeren. In voedselrijk, beschut havenwater kunnen die snel groeien. Warmte kan bovendien de productie van plankton bevorderen, waarvan deze dieren leven. Havens en andere kunstmatige oevers bieden juist veel geschikt aanhechtingsoppervlak. Zie onder meer dit artikel op de website van the British Ecological Society.
Maar waarom liggen ze dan met duizenden precies op deze plek bij de ZB? Omdat kwallen maar beperkt tegen stroming in kunnen zwemmen. Ze worden vooral meegevoerd door waterbeweging, wind en passerende boten. Bij weinig wind en geringe doorstroming kunnen ze in een kom, hoek of langs een kade blijven hangen. Een plaatselijke stroming kan ze bovendien als drijvend plankton bij elkaar vegen. Dat maakt van een normale aanwezigheid opeens zo’n spectaculaire kwallenwolk.
Samengevat: warm water zorgt voor gunstige groei en veel voedsel; het brakke water maakt hun komst mogelijk; windstilte en plaatselijke stromingen verzamelen ze vervolgens in de Middelburgse grachten. Geen plotselinge invasie uit het niets, maar een zomerse samenloop van biologie en waterbeweging.