Op 19 september 2025 overleed, geheel onverwacht, Bert Gerestein in zijn woonplaats Middelburg. Het droevige nieuws bereikte ons een paar dagen later via diverse berichten op Facebook, vooral van schrijvers en mensen uit de regionale mediawereld, zoals Theo Rietveld, Gerard van der Hoeven en Marcel van den Driest. Ook Heemkundige Kring Walcheren, waar Bert jarenlang nauw bij betrokken was (onder meer als eindredacteur van tijdschrift De Wete), stond stil bij zijn overlijden.
Ook wij dachten meteen aan een bescheiden eerbetoon aan deze mooie en markante man, maar we twijfelden omdat we geen rouwadvertentie van de familie zagen. Daar is meestal een goede reden voor. Achteraf bleek die inschatting juist. Vorig weekend kwamen we alsnog in contact met Anneke de Vries, de vrouw van Bert. Ze gaf aan dat de familie er inderdaad bewust voor had gekozen om geen advertentie te plaatsen omdat het anders veel te druk zou zijn geworden bij de uitvaart. Ze vervolgde: “we wisten sinds 20 mei j.l. dat Bert kanker had. De kanker was niet uitgezaaid, de vooruitzichten voor behandeling waren dus goed. Maar Bert werd zo heel erg ziek van alle chemokuren en de gevolgen van die kuren, dat zijn lichaam het op 19 september begeven heeft.”
Anneke waardeerde het, dat we terughoudend waren geweest, maar liet óók weten dat ze een bijdrage achteraf prima vond. Daarom nu, alsnog.
We kenden Bert helemaal niet zo goed eigenlijk, maar wel al heel lang. ‘Ons pa’ werkte in de jaren 70 en 80 voor drukkerij ADZ (Administratief Dienstencentrum Zeeland) in Vlissingen. Daar werkte Bert ook. Als jonge ventjes mochten we ooit een weekje vakantiewerk doen op de zogenoemde vergaarafdeling van de drukkerij. In dat wondere wereldje, waar ook veel mensen met een beperking werkten, was Bert met afstand de vrolijkste medewerker van het gezelschap, die constant in de gaten hield of het goed ging met ons.
Hij had een goed geheugen bovendien want jaren later, toen we al opgeschoten pubers waren, wist hij nog steeds wie we waren. Hij groette altijd even vriendelijk. Wij vergaten hém overigens ook niet, want pa sprak best vaak over hem, als hij thuiskwam uit zijn werk. Het ging dan meestal over ‘Gerestein’, in plaats van over Bert. Dat klonk wat stoerder misschien, dat weten we verder ook niet. Maar op die manier bleef het dus wel goed hangen. Gerestein. Een klinkende naam.
Pas jaren later kwamen we weer in contact met Bert, vanuit een gedeelde interesse: de geschiedenis van de Middelburgse horeca. In 2010 waren we Middelburg Dronk gestart, een website naar het model van Wikipedia, vol feitjes en verhalen over de kroegen, restaurants en jongerencentra van weleer. Theo Giele van de PZC schreef er in februari 2011 een artikel over. Twee weken later stuurde Bert ons een mail, naar aanleiding van dat artikel. Hij had de site bekeken en voorzag ons graag van allerlei grappige en waardevolle aanvullingen en correcties op de lemma’s van onder meer De Beuk, TogNog, Het Hof van Zeeland, en De Poort. Later zou hij ons er ook in levenden lijve nog een beetje over bijpraten.
Dankzij die mail kregen we ook voor het eerst lucht van het werk van Bert als uitgever en eindredacteur. Hij sloot zijn bericht namelijk af met een verhaal over de strubbelingen rondom het verzorgen en uitgeven van de geweldige boeken ‘Hop en Gerst Veredeld‘ en ‘De Keersluismoord‘. Hij sloot de mail af met de zin ‘Nee, het maken van boeken is niet makkelijk. Je kunt maar beter een website opzetten.’ Dat die zin indruk op ons maakte kun je je misschien wel voorstellen. Je verwacht zo’n uitspraak niet meteen, van iemand die boeken zo liefhad. Maar het was natuurlijk ook zoals de rouwkaart het vermeldt: ‘Bert was een man van het geschreven woord.’ De digitale variant ervan kon hij blijkbaar ook wel waarderen.
Mensen die meer willen weten over het leven van Bert kunnen online nu nog niet zo gek veel informatie vinden. Zeker: je ziet zijn naam bij allerlei beschrijvingen van boeken waar hij bij betrokken was, en hier en daar duikt hij op in specifieke items (Wij zijn vele ikjes bijvoorbeeld, of de reconstructie van de vergeten Dampoort in Middelburg) maar voor een goed overzicht van zijn loopbaan moet je nog even geduld hebben. Dat overzicht is vorig jaar namelijk wel gemaakt voor De Wete, door Leo Faase, in de vorm van het geweldige artikel ‘Bij het afscheid van Bert Gerestein‘. In de rubriek Walcherse Weelde krijg je in acht pagina’s een aardige indruk van Berts leven en werk, al blijft zijn leven thuis buiten beschouwing.
Je kunt oude nummers van de Wete helaas niet meer nabestellen, maar in de loop van 2026 komt het artikel ook beschikbaar in ZB Tijdschriftenbank Zeeland. En wie weet, misschien besluit de redactie van het tijdschrift wel om de PDF van het artikel al eerder online beschikbaar te stellen. Bert had dat vast prima gevonden, en de auteur, die bevriend was met Bert, misschien ook wel. Hij gaf óns in ieder geval toestemming om ruim te citeren uit zijn artikel. Dat doen we bij nader inzien toch maar niet, omdat deze bijdrage dan nóg langer wordt. Maar we bevelen de tekst echt van harte aan.
En anders ga je maar gewoon naar de ZB aan de Kousteensedijk, waar recente edities van de Wete zijn te vinden in het Zeeuws paviljoen op de eerste verdieping. Je kunt het artikel dan heerlijk ter plekke lezen, of even inscannen met je telefoon. Als je er dan toch bent kun je meteen een paar van die toffe Zeeuwse boeken, die Bert verzorgde, lenen. Van Adrie Koppejan of Piet Quite. Van Ruben Oreel of Jan Zwemer. Een mooier eerbetoon dan dat kan een man van het woord toch niet krijgen?
We wensen Anneke, kinderen en kleinkinderen en alle andere nabestaanden – alsnog – veel sterkte met het verlies van Bert. Rust zacht, ouwe rocker!
De foto’s op de rouwkaart en in de rubriek Stadsgezichten werden gemaakt door Ton Stanowicki.
Foto drie werd gemaakt door Ida Doorenweerd, de vrouw van Leo Faase
Foto vier, van een wat jongere Bert, komt uit de collectie van Jan Koole
Foto 6, waarop Bert is te zien bij een expositie van zijn dochter Femke in Vleeshal, is gemaakt door Joan Krüse
De laatste afbeelding is een screenshot van een pagina uit het artikel van Leo Faase