Verbouwingen. Make-overs. Upgrades. In dit eerste kwartaal van 2026 las je hier genoeg over opknapbeurten van winkels en horecagelegenheden in Middelburg. Maar het zijn niet alleen de ondernemers die alles fris en eigentijds houden; ook allerlei andere organisaties doen hun best.
Zo ook gemeente Middelburg. Die organisatie schaakt uiteraard op veel borden tegelijk, maar we zoomen nu even in op het crematorium en de begraafplaats aan de Westelijke Oude Havendijk. Die plek bezochten in maart 2018 voor een uitgebreide impressie. Diep onder de indruk waren we. Acht jaar later staat het bezoekje nog steeds in onze persoonlijke top 20 van bijzondere werkbezoeken van Wij zijn De Stad.
Daarom hoefden we niet lang na te denken over de uitnodiging die we recent kregen om weer eens een kijkje te komen nemen. Rond 2020 overwoog de gemeente nog even om het crematorium van de hand te doen, maar zag daar uiteindelijk van af. Sindsdien, met name de afgelopen twee jaar, is er veel vernieuwd, in en rondom het gebouw. De buitenkant is helemaal geschilderd en de familiekamer, aula, wachtruimte en de entree zijn in het nieuw gestoken, met moderner en comfortabeler meubilair, betere apparatuur, en nog veel meer.
Ook is er een huiskamer gebouwd (een kleine ruimte waar ongeveer 10 personen afscheid kunnen nemen van een overledene) en is bij de koffiekamer een professionele keuken aangebracht. Achter het gebouw zijn ook nog een nieuwe loods en stalling gerealiseerd. Het hele overzicht (van de veranderingen tot 2025) kun je vinden op jaarstukken.middelburg.nl. In ambtelijke taal gaat het overigens niet over een make-over of verbouwing, maar over ‘een kwaliteitsslag’.
Vorige week was Martin Burgs onze gastheer. Hij was er in 2018 ook al bij, toen we een rondleiding kregen van Dennis de Visser, die terug is naar Defensie. Martin werkt al bijna 25 jaar bij het crematorium en de begraafplaatsen van de gemeente. Met een grijns vertelde hij over zijn sollicitatiegesprek van ooit. Daar was verhalenverteller Johan Antheunisse, die daar toen nog werkte, ook bij aanwezig. Martin moest hem op zeker moment vragen te stoppen met al zijn grappen, omdat hij maar blééf lachen. En dat tijdens een gesprek over zo’n serieuze baan. Zou het dan toch waar zijn, wat ze wel eens zeggen? Dat er nergens zoveel gelachen wordt als achter de schermen bij uitvaartcentra?
We hebben het niet gevraagd aan Martin, maar we kunnen het na twee bezoeken wel een beetje inschatten. Natúúrlijk wordt er ook wel eens gelachen daar. Er werkt een groot team en het is ook gewoon een werkvloer. Als er geen uitvaart is valt er genoeg te doen. Er is altijd onderhoud aan het groen in de infrastructuur van de begraafplaats, en aan de graven zelf. Verder moeten er altijd weer plechtigheden worden voorbereid, zijn er allerlei logisitieke processen, onderhoud, enzovoort.
Op de dag dat wij er waren stond er maar één uitvaart op het programma, maar het team was ook al druk bezig met een dienst van de dag erna. “Daar verwachten we minstens 250 bezoekers. Dat was een bekende in Middelburg hoor.” Dat het weer ook een flinke rol speelt binnen dit werk, beseften we op dat moment pas. Als mensen in de regen langs een pas gedolven graf lopen, dan nemen ze de modder onder hun schoenen ook weer mee de koffieruimte in. Dat betekent: werk aan de winkel voor de schoonmakers van het complex. Want tijdens uitvaarten moet alles altijd brandschoon zijn, dat snap je wel.
Als je de foto’s van 2018 vergelijkt met die van nu, dan zie je de verschillen meteen. Al legden we toen ook andere dingen vast. Toen lag de focus wat meer op de begraafplaats zelf, en op de ruimte waar de ovens zich bevinden. Aan de verduurzaming van de apparatuur daar is óók gewerkt, maar daar is verder niet veel van te zien. We bleven er deze keer daarom maar even. Martin merkte nog wel op dat er ook wordt nagedacht over wat meer aankleding van dié ruimte. Ook best een uitdaging voor een binnenhuisarchitect, zou je denken.
Martin is een echte professional, die je werkelijk alles kunt vragen over de begraafplaats en het crematorium. Hij lepelt cijfers zó op (“vorig jaar waren hier 820 crematies en 245 begrafenissen”) maar hij weet dingen ook wel te duiden. Zo wees hij ons op het feit dat er twee maanden na ons bezoek in 2018 ook een crematorium werd geopend in Goes. Dat had natuurlijk ook gevolgen voor het aantal plechtigheden in de hoofdstad.
Martin houdt ook echt van zijn werk, dat merk je aan alles. Het ene moment vertelde hij in de loods over de grafdelfmachine (die wij nog niet eerder hadden gezien), het andere bladerde hij met ons door het boek ‘Middelburg‘, van Jan Simonse en Rob van Hese. Op de prachtige foto’s van Jan, van Middelburgers in en rond het jaar 1975, zagen we talloze bekende figuren. Tien minuten later, op de begraafplaats, wees hij naar de graven van een aantal van hen. “Kijk, daar ligt hij. Dat was ook een bijzondere uitvaart!”
Martin kent van veel overledenen ook de bijbehorende verhalen. Hij vertelt er met respect en discretie over, maar soms ook met een lach of een verwijzing. “Oh, hebben jullie die ook gekend? Voor haar hebben we dáár een plekje vrijgemaakt. Daar stond eerst een boom, maar ze wilde zo graag in de buurt van haar overleden ouders komen te liggen.”
Wat dat betreft heeft Martin veel zien veranderen tijdens zijn loopbaan. De wensen van mensen zijn veel diverser dan vroeger, en daar wordt op ingespeeld. Er wordt altijd gekeken wat mogelijk is. Wil je de koffieruimte de hele middag, en dan zonder koffie? Als het past in het schema wordt het geregeld. Wil je een speciale urn of sieraad voor de as? Loop dan maar even mee naar de showroom van de asbestemmingen. De wensen moeten wel binnen het redelijke (en wettelijke) blijven natuurlijk, maar heus: er kan meer dan je zou verwachten.
Qua interieur en uitstraling kan het gebouw in ieder geval weer een paar jaar mee. Beter hoor. Alleen al die warme bankjes en zitjes, in plaats van die kale stoelen. Dat is toch een wereld van verschil? Je zou bijna gaan denken aan de slogan van de belastingdienst. ‘Leuker kunnen ze het daar niet maken, wel aangenamer.”