“Bij iedere rondleiding die ik op de begraafplaats geef heerst in het begin altijd nog een beetje een ‘grafstemming.’ Naarmate de tijd verstrijkt worden de mensen steeds wat losser en op het eind heb ik het gevoel dat het ze goed heeft gedaan. Voor sommigen kan dit best een grote stap zijn. De wandelingen zijn belangrijk omdat je mensen kan laten zien hoe mooi een begraafplaats is. Het zijn eigenlijk de mooiste stadsparken. Je komt er echt tot rust en het hoort bij het leven.”
Dit zei Johan Antheunisse vorig jaar tegen Annemarie van de Vreugde, in de Middelburgse & Veerse Bode. Gisteren gaf hij namens IVN – Walcheren weer een rondleiding op de begraafplaats. Johan heeft bijna veertig jaar op de begraafplaats gewerkt als hovenier. Hij zorgde voor het onderhoud, aanplant en werkverdeling. Joan Krüse legde de middag voor ons vast.
De begraafplaats wemelt van de mooie en minder mooie verhalen. Zelf werden we er ook eens rondgeleid, door de mensen die daar (en bij het crematorium) werkten. Boeiend!
We citeren bomenkenner en verhalenverteller Johan Antheunisse uit de publicatie Op de Hoogte, van IVN – Walcheren:
De stadsbegraafplaats van Middelburg, zoals deze vroeger heette, is rond 1830 aangelegd nadat de traditie van het in de kerk begraven in de 19e eeuw verbroken werd. In vroegere tijden werden de rijken in de kerk begraven en de minderbedeelden daarbuiten. Ook werd er in Middelburg wel op de Bolwerken begraven, waarvan nu alleen de Joodse begraafplaats nog zichtbaar is. De nieuwe regels bepaalden dat begraafplaatsen ver weg van de bebouwing – liefst buiten de stad – aangelegd moest worden. Dat had eerst wel wat ‘voeten in de aarde’, omdat de rijken hun status en de kerken hun inkomsten zagen verdwijnen.
Pas toen de regels een wettelijke basis kregen met het definitieve besluit van Koning Willem I in 1829 is men in Middelburg begonnen met de aanleg van een algemene begraafplaats in het voormalige Havenkanaal tussen de Westelijke- en de Oostelijke Havendijk. In die tijd werd er ook aandacht aan het aanplanten van bomen en struiken geschonken en de begraafplaats is in de loop der jaren verschillende keren opnieuw ingericht en aangeplant. Al in 1882 zijn er iepen, schietpopulieren en lariksen geplant en bloemperken aangelegd. Rechte paden werden veranderd in de toen gangbare landschapsstijl en in 1925 vond er een herinrichting plaats.
Na de aantasting van het zoute water als gevolg van de inundatie in 1944, heeft landschapsarchitect Chris Broerse een nieuw inrichtingsplan voor de begraafplaats alsook voor de Bolwerken gemaakt. Broerse was hoofd van de plantsoendienst in Amstelveen en heeft meegewerkt aan de aanleg van verschillende heemtuinen. Geboren in Serooskerke was hij bekend met de omgeving hier op Walcheren en hij creëerde de
Kastanjelaan, evenals de groene taxushagen, waardoor er groene kamers ontstonden.”
“Op het oudste gedeelte van de begraafplaats is nog veel te zien over het begraven in vroeger tijden, zoals de grafkelders. Deze grafkelders, geschonken door het gemeentebestuur, waren een nabootsing van het begraven in de kerk. Verder zijn er, afhankelijk van hoe vermogend iemand was, de eigen graven met soms fraaie grafzerken of tombes te zien, het in klassen begraven en tot slot het achterafgedeelte voor de armen. Ook is hier een gedeelte met oorlogsgraven.
In de laatste decennia is het groen op het oudste gedeelte flink toegenomen; er staan vele boomsoorten en struiken. Wilde planten gedijen goed; zo komen er verschillende orchideeën voor en wilde viooltjes, evenals de voorjaarsprimula’s.Tijdens de wandeling komen al deze onderwerpen uitgebreid aan de orde en worden natuur, historie en cultuur met elkaar verbonden.”
Foto’s: Joan Krüse