Twee weken geleden schreven we over een nieuw initiatief van stadsgids Ineke van de Put, die op persoonlijke titel een aantal Middelburgse pandeigenaars enthousiast heeft gekregen voor de openstelling van hun huizen, tijdens de Open Monumentendag op 14 september 2024.
Een paar huizen zijn te vinden op openmonumentendag.nl, zoals dat van Toos van Holstein aan de Korendijk, ‘t Vergulde Pansijzer in de Nieuwstraat en Montancourt aan de Rouaansekaai, maar er zijn ook rondleidingen waarbij de reserveringen lopen via Ineke of de eigenaars. Vorige keer schreven we over ’t Wapen van Amsterdam aan de Londensekaai, van Wim Hendrikse, vandaag aandacht voor een ander pand dat heel bijzonder is: Koepoortstraat 4.
Afgelopen woensdag hadden we het voorrecht nu alvast een rondleiding te krijgen door dat pand, dat we eerlijk gezegd nog niet zo goed op het netvlies hadden. Naar het enorme pand ernaast, op nummer 6, informeerden we wel al wel eens, bij diverse mensen, maar we hadden daarbij nog niet opgemerkt hoe bijzonder en afwijkend nummer 4 is. Een huis uit 1908, in een rijtje met veel oudere panden? En dan ook nog in Art Nouveau stijl? Wat zit daar voor verhaal achter?
Welnu: een heel mooi en interessant verhaal. Meteen na binnenkomst in de schitterende hal van het huis (twee dagen nadat we schreven over het hallen- en gangenproject van Hans Overvliet!) staken de eigenaars van het pand, Wim Kuijpers en Ellen Brian, van wal. Het mooie is dat Wim historicus is, die zelf al ontzettend veel heeft uitgezocht (en uitgeschreven) over de geschiedenis van Koepoortstraat 4. Met zijn toestemming nemen we de samenvatting van die geschiedenis hieronder over. De uitgebreidere teksten kun je hier lezen als PDF. Die over Britse bookmakers in Zeeland aan het begin van de 20e eeuw, en die over de architect van het pand, Aad Overeijnder.
Wim Kuijpers is, net als Wim Hendrikse, een hele goede verteller. Ook na dit bezoek duizelde het ons nog wel een paar uurtjes. Nadat we vol verbazing hadden geluisterd naar het maffe verhaal over de bookmakers (dat verhaal was ons niet bekend, ook al werd er toch al over geschreven, onder meer door J.C. van Schagen in 1979 en door Maurits Sep in 1997) vertelde Wim ook hoeveel moeite hij en Ellen deden en doen om de oorspronkelijke elementen van het pand in oude luister te herstellen.
Neem alleen al, in die hal, de patronen op de muur. Na Terry schilderden volgende eigenaars van het huis daar gewoon overheen. Met hulp van een gespecialiseerde schilder wisten Wim en Ellen de oorspronkelijke beschildering weer bloot te leggen, na maanden van het voorzichtig wegkrabben van andere verflagen. En dat prachtige beeldje op de trap? Dat was ook verdwenen, maar recent vonden de twee een exemplaar dat er heel veel op lijkt. Dat wisten ze dankzij een paar oude foto’s van interieur, die bewaard zijn gebleven (en inmiddels opgenomen in de collectie van het Zeeuws Archief). Dat beeldje onderstreept dat die Terry graag liet zien hoe welvarend hij was. ‘Kijk eens, dames en heren bezoekers: dit huis heeft elektriciteit!’

En er was nog veel meer. Van het weer toonbaar maken van de oude betegeling bij de schouwen en van oorspronkelijke kasten tot een schuifdeur die waarschijnlijk afkomstig is uit de oorspronkelijke woning (dus van voor 1908). Ook heel verrassend: het houten kastje in de ruimte achter de hal, bij de keuken. We hadden geen idee waar we naar stonden te kijken. Totdat Wim opeens een belletje activeerde en er een bordje met het opschrift ‘woonkamer’ in beeld verscheen. Het bleek een systeem te zijn waarmee de bedienden van de familie Terry konden worden opgeroepen. Geweldig!

Wim en Ellen namen voor ons extra de tijd, maar zullen de rondleidingen in september proberen te beperken tot maximaal een uur. In dat uur hoor je verhalen genoeg, maar mocht je nu snel klaar zijn met het interieur, de architectuur en de verhalen over de avonturen van Terry: dan kun je nog altijd beginnen over andere liefhebberijen van Wim en Ellen.
Zo zagen we in een achterkamer op de eerste verdieping veel tekeningen en schilderijen hangen met een wat duister thema. Toen bleek dat de twee verzamelaars zijn van kunst die werd gemaakt tijdens de Eerste Wereldoorlog, over die oorlog. Een verhaal op zich is dat. En al die boeken in de kast, uit de negentiende eeuw? Daar handelde Wim in het verleden in, toen het stel nog in Veere woonde. Ook al iets waar je uren over zou kunnen bomen met deze man. En anders kun je ook altijd nog beginnen over de mooie tuin, en al die mooie panden in de directe omgeving. Verhalen genoeg!
Terug naar het huis zelf, en naar het verhaal over Terry. Hieronder de inleiding van Wim en Ellen zelf:
In 1901 vestigde de Engelsman Harold Thomas Terry zich in Middelburg. Hij was één van de bijna 100 Engelse bookmakers die in die jaren naar Walcheren kwamen om hun gokbedrijf te kunnen voortzetten dat in Engeland verboden werd. Aanvankelijk huurde Terry het toen 17de eeuwse huis in de Koepoortstraat 4. Maar in 1907 kon hij het kopen. Onmiddellijk voerde hij enkele verbouwingen uit. Die bleken hem echter niet voldoende en in 1908 liet hij het bestaande huis afbreken en op de fundamenten een nieuw huis bouwen in art nouveau-stijl. Een stijl, die in Middelburg heel weinig voorkwam.
Terry nam voor de bouw de toen 27-jarige Rotterdamse Adrianus Overeijnder (1880-1936) in de arm. Adrianus was geen architect, maar bouwkundig tekenaar, een vak dat hij op het architectenbureau van zijn oudere broer Willem Overeijnder had geleerd. Daar was hij al jong aan het werk gegaan en anders dan zijn oudere broer had Adrianus de bouwkunde al doende onder de knie gekregen. Toch is zijn werk als architect tot slechts drie gebouwen beperkt gebleven, alle in Middelburg. Nadat Adrianus na twee Middelburgse jaren in 1910 naar Delft vertrok, heeft hij nooit meer een gebouw ontworpen en enkel als bouwkundig opzichter gewerkt.

Intussen mag het huis in de Koepoortstraat een klein meesterstuk heten. Het materiaal kwam van alle kanten. De bijzondere en zeldzame tegels in de hal, die samen met de muurschilderingen de bezoeker moesten imponeren, kwamen uit Trier, Duitsland. Diverse bouwonderdelen betrok Overeijnder uit Engeland en zelfs de Verenigde Staten, misschien op aanwijzing van Terry. Ander tegelwerk was afkomstig van de Harlingse tegelfabriek Sijbrand Tjallingii. Het (gesigneerde) glas-in-lood kwam van dichterbij, namelijk van de Rotterdamse ‘sierkunstenaar’ Gerrit David Labots. Het trapbeeldje met een lamp – het huis werd bij de bouw al ge-elektrificeerd! – was van de Franse beeldhouwer Ernest Justin Ferrand en in Parijs gegoten.
Hoewel de stijl van het huis naar art nouveau-maatstaven ingetogen is, heeft Terry duidelijk niet op de kosten bespaard. Geen wonder, want de bookmakers verdienden veel geld. Hoewel het huis niet helemaal ongeschonden door de tijd is gekomen, is gelukkig veel van het moois dat Terry liet maken bewaard gebleven.
Op de Open Monumentendag bieden de huidige bewoners u op drie momenten de gelegenheid om dit in een rondleiding door het huis te komen zien. Omdat het een gewoon bewoond huis betreft, is wel een persoonlijke aanmelding noodzakelijk en is de rondleiding beperkt tot telkens maximaal acht mensen.
Toegang inclusief rondleidingen: voor iedere bezoeker afzonderlijk inschrijven via e-mail ellen.brian@lecoeurpensif.eu onder opgave van naam, adres, telefoonnummer en de gewenste tijd (11.00, 13.00 of 15.00 uur). Per rondleiding kunnen maximaal 8 bezoekers deelnemen.
Knipsels: ZB Krantenbank Zeeland ZB Bibliotheek van Zeeland
Historische beelden: collectie Ellen Brian