Hoe pakt het nieuwe terrassenbeleid in Middelburg uit in de praktijk?
De gemeente Middelburg zet sinds dit jaar nadrukkelijker in op het nieuwe beleid voor terrassen, horeca en het straatbeeld in de binnenstad. Op papier gaat het dan over balans, kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid. Allemaal belangrijk natuurlijk.
Maar de vraag is ook: wat betekent dat beleid aan de andere kant van de balie, op het terras, in de planning en in de portemonnee van ondernemers?
De afgelopen weken hoorden we van verschillende horecaondernemers zorgen over praktische gevolgen: plantenbakken die net anders moeten staan, bankjes of afscheidingen die niet meer mogen, onduidelijkheid over vergunningen, nieuwe aanvragen, de toekomst van winterterrassen en de vraag wanneer ondernemers nu eigenlijk zekerheid hebben om te investeren of personeel in te plannen.
Daarom willen we graag concrete ervaringen verzamelen. Niet om meteen met modder te gooien, maar om scherp te krijgen wat er werkelijk speelt.
Ben je horecaondernemer, winkelier of andere binnenstadsondernemer en loop je tegen dit beleid of de handhaving ervan aan? Laat het ons weten. Denk bijvoorbeeld aan:
– aanpassingen die je moest doen aan terras, gevel, afscheiding, bankjes, plantenbakken of reclame
– kosten die je hebt moeten maken
– omzetverlies of minder zitplaatsen
– onduidelijkheid over vergunningen of termijnen
– problemen rond Winterstad of winterterrassen
– voorbeelden van regels die in de praktijk onlogisch of tegenstrijdig voelen
– correspondentie met de gemeente waar je vragen over hebt
Een paar reacties kregen we op voorhand al. Die behandelen we desgewenst vertrouwelijk. Het doel is eerst: feiten en voorbeelden verzamelen.
Mail of app je ervaring naar Wij zijn De Stad. Bijvoorbeeld via mail@wzds.z2d.nl. Foto’s, documenten of korte toelichtingen zijn welkom.
Er zijn momenten waarop je door de stad loopt en voelt dat er iets schuurt. Alsof er ergens zand in de machine zit. Je hoort het in gesprekken met ondernemers, je ziet het in kleine aanpassingen op straat, je merkt het aan de vermoeidheid waarmee mensen vertellen dat ze ‘weer iets’ moeten aanpassen, aanvragen, weghalen, verplaatsen of uitleggen.
Het gaat dan niet alleen om één bankje, één plantenbak, één terrasafscheiding of twintig centimeter links of rechts. Het gaat om het gevoel dat de stad steeds vaker wordt bekeken door een meetlint, een beleidsregel en een vergunningsformulier. En steeds minder door de ogen van de mensen die haar dagelijks draaiende houden.
Dat wringt. Zeker in een tijd waarin de vooruitzichten helemaal niet zo vanzelfsprekend gunstig zijn. Zeeland merkt dat toerisme geen automatisch groeiverhaal meer is. Ondernemers zien kosten stijgen, personeelstekorten blijven, consumenten letten scherper op hun geld en seizoenen worden grilliger. En juist dan zou je verwachten dat een stad als Middelburg zuinig is op haar veerkracht, haar gastvrijheid, haar eigenheid en haar ondernemers.
Maar soms lijkt het tegenovergestelde te gebeuren.
De gemeente Middelburg zet nadrukkelijk in op balans in de binnenstad. Op papier klinkt dat sympathiek. Een mooie, toegankelijke, leefbare binnenstad wil iedereen. Niemand pleit voor chaos, verloedering of een straatbeeld waarin alles maar kan. Maar beleid dat bedoeld is om balans te brengen, kan in de praktijk ook doorslaan. Dan wordt ordening betutteling. Dan wordt kwaliteit uniformiteit. Dan wordt handhaving een doel op zichzelf.
En daar begint het zeer te doen.
De afgelopen tijd spraken we verschillende horecaondernemers en andere binnenstadsondernemers die niet meteen publiekelijk willen klagen, maar achter de schermen wel degelijk murw zijn. Over plantenbakken die niet op de juiste plek zouden staan. Over bankjes die niet meer mogen. Over afscheidingen die moeten verdwijnen. Over vergunningen die opnieuw moeten worden aangevraagd. Over onduidelijkheid rond winterterrassen en Middelburg Winterstad. Of eigenlijk meer over de onhaalbaarheid van de nieuwe wensen of eisen in dat kader. Over investeringen die je eigenlijk zou willen, maar niet durft te doen, zolang niemand precies weet wat straks nog mag.
Het klinkt klein. Totdat je al die kleine dingen bij elkaar optelt.
Dan wordt het een patroon.
En dan moet je soms denken aan steden en beschavingen die niet ten onder gingen door één grote ramp, maar door eigen toedoen. De Romeinen kenden op hun hoogtepunt een ongekende infrastructuur, handel, rechtspraak en stedelijke cultuur, maar raakten uiteindelijk ook verstrikt in bestuurlijke logheid, interne druk, fiscale lasten en systemen die steeds minder aansloten bij de werkelijkheid van gewone burgers en lokale gemeenschappen. In de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd zagen handelssteden soms hoe voorspoed langzaam veranderde in zelfgenoegzaamheid: men dacht dat de rijkdom vanzelf zou blijven komen, terwijl elders de routes, markten en kansen al verschoven.
Dat zijn natuurlijk grote voorbeelden. Middelburg is Rome niet, en een terrasvergunning is geen ondergang van een rijk. Maar de les is wel herkenbaar: welvaart kan een stad lui maken. Of voorzichtig. Of regelzuchtig. Alsof het bestaande vooral beschermd moet worden tegen iedereen die beweegt.
Alleen: de welvaart van nu is vaak helemaal niet zo solide als ze lijkt. Het is vermeende welvaart. Een mooi straatbeeld, volle terrassen op een zonnige zaterdag, een drukke markt, toeristen met tassen en telefoons: het kan de indruk wekken dat alles vanzelf goed gaat. Maar achter die gevel zit een kwetsbare werkelijkheid. Marges zijn dun. Kosten lopen op. Het seizoen is kort. De concurrentie is groot. En de consument is grillig.
Juist dan kan regelzucht roet in het eten gooien.
Niet omdat regels per definitie verkeerd zijn, maar omdat regels zonder gevoel voor de praktijk funest kunnen zijn. Een ondernemer moet kunnen plannen. Moet weten waar hij aan toe is. Moet kunnen investeren in stoelen, parasols, personeel, voorraad, aankleding en wintervoorzieningen zonder steeds te vrezen dat een nieuwe uitleg van beleid, of strikte handhaving, alles weer op losse schroeven zet.
Een stad leeft niet van beleidsnota’s. Een stad leeft van mensen die iets durven.
Van de caféhouder die ’s morgens vroeg de stoelen buiten zet. Van de winkelier die een bankje neerzet omdat klanten daar graag even zitten. Van de ondernemer die plantenbakken plaatst om een straat gezelliger te maken. Van de organisatie die in de winter licht, warmte en sfeer probeert te brengen. Van de marktkoopman, de kok, de barvrouw, de vrijwilliger, de muzikant, de schoonmaker en de bezoeker.
Dat is de stad.
Daarom willen we de komende tijd graag beter in beeld krijgen wat er precies speelt. Niet om een klaagmuur te bouwen. Niet om bewoners, ondernemers en gemeente tegenover elkaar te zetten. En ook niet om te doen alsof elke regel onzin is. Maar wel om de praktijk zichtbaar te maken.
Want als meerdere ondernemers hetzelfde zeggen, is dat geen incident meer. Als mensen niet meer durven investeren, is dat geen detail. Als beleid dat bedoeld is om de stad mooier te maken ertoe leidt dat de stad minder spontaan, minder warm en minder ondernemend wordt, dan moeten we daar ten minste over praten.
Middelburg mag best streven naar een mooie en leefbare binnenstad. Graag zelfs. Maar een binnenstad is geen museumzaal. Geen maquette. Geen tekening waarop alles exact binnen de lijntjes moet blijven.
Een stad moet ademen.
Want als alles straks keurig recht staat, maar niemand nog durft te ondernemen, wat hebben we dan eigenlijk gewonnen?