Mislukt! We dachten gisteren wel weg te komen met een snelle ‘picdump’ uit het archief van Bert Helm, en de toevoeging dat ‘we er op dit moment nog geen verhaal bij hadden’. Maar de foto’s riepen toch vragen op. Zo wilde Johan Hoogerhuis graag weten voor welke gelegenheid de drie heren op de eerste foto in Middelburg waren.
Die drie heren zijn de (overleden) schrijvers/dichters/performers Simon Vinkenoog, Jules Deelder en Johnny van Doorn (alias Johnny the Selfkicker). Spraakmakend waren ze, alle drie. Ze brachten hun werk nadrukkelijk op het podium. Poëzie was voor hen niet primair iets om stil te lezen, maar om te horen, te zien en te ervaren. Ze positioneerden zich bewust tegen het literaire establishment. Hun werk ademde (en doet dat nog steeds) rebellie, tegendraadsheid en een afkeer van academische afstandelijkheid. Poëzie moest schuren, ontregelen en direct zijn, geen vitrinetekst.
Maar waarom waren ze in Middelburg, en wanneer? Wij wisten het ook niet, maar bij zulke vragen bieden de Krantenbank en de Tijdschriftenbank van ZB Bibliotheek van Zeeland meestal uitkomst. Zo ook in dit geval. Zoeken op een combinatie van de namen van de heren, beperkt op de periode 1975-1985, leverde al snel een artikel op met daarbij ook een foto van de grote windmolen, die ook is te zien op een foto van Bert.
De windmolen was een project of installatie van het Brusselse kunstenaarscollectief Mass and Individual Moving, een opvolger van Mass Moving en heette Winddrukkerij De Kringloop. Het stond in oktober 1980 op het Damplein.
De PZC legde uit:
“Winddrukkerij De Kringloop vervaardigt informatie, poëzie en grafisch werk met een drukpers, die wordt aangedreven door een negen meter hoge windmolen. Het bedrukte papier wordt ter plaatse op ambachtelijke wijze vervaardigd. Kunstenaars en schrijvers, maar ook het belangstellende publiek, mogen op de mogelijkheden inhaken. Het gebeuren is opgezet door Jeugd en Muziek Zeeland in het kader van de nationale boekenweek. Twaalf kunstenaars en schrijvers hebben speciaal voor het project elk een manuscript geschreven.”
En:
“De manuscripten worden gedrukt en tentoongesteld in een oplage van 75 stuks. Verzameld in een map zijn ze voor honderd gulden verkrijgbaar. De manuscripten zijn afkomstig van Nico van den Boezem, Burny Bos, Mies Bouwman, Jules Deelder, Johnny van Doorn, Wim Hofman, Maurice Horsthuis, Theo Joling, Neeltje Maria Min, Jan de Noord, Hans Verhagen en Simon Vinkenoog. Velen van hen waren woensdag bij de opening van het project aanwezig.”
Kijk, daar heb je het. Bedankt ZB. Bedankt PZC.
Johan vroeg ook naar de relatie met de tegels in de graanbeurs, die horen bij Podio del Mondo per l’Arte van Marinus Boezem. Nou, voor zover we nu weten stond deze Winddrukkerij daar los van, maar een link is er zeker te leggen. Mass Moving en de opvolger deden eerder en later nog veel meer in Middelburg en Vlissingen.
Zo werd Mass Moving in november 1976 door Boezem uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan zijn podium in de Graanbeurs. Hun bijdrage was het ‘Radio-actief monument’: onder een vloersteen van de Graanbeurs werd een loden koker geplaatst met daarin een pingpongballetje gevuld met een kleine hoeveelheid van het gas tritium (3H). Het was een ‘keerpunt van de tijd’, bedoeld als een waarschuwing voor de Zeeuwse bevolking in het jaar 2076 over de gevaren van technocratische ontwikkelingen en kernenergie.
Hoewel de groep stelde dat de straling minimaal was (vergelijkbaar met de lichtgevende wijzers van een paar wekkers), namen de autoriteiten geen risico. Deskundigen van de volksgezondheid verwijderden het monument in beschermende kleding, wat leidde tot een ‘grimmig serieuze’ confrontatie tussen de verbeelding van de kunstenaars en de regels van de overheid.
Zie het toegevoegde artikel van Kees Cijsouw in Zeeuws Tijdschrift (1 november 1976).
Mass Moving deed ook van zich spreken met onder meer een expositie in Vleeshal en een grote stempelmachine die door de stad reed (zie de foto van de Sint Janstraat rond 1975, van Jan Simonse). En wat te denken van de Phoenix, een apparaat van 2,5 ton zwaar, bij de Abdij, en het Station Solaire, dat niet in Middelburg mocht staan, maar wel in Vlissingen? Om over het windorgel in Vlissingen nog maar te zwijgen.
Mooi clubje hoor, dat Mass Moving. M HKA in Antwerpen had er in 2023 een expositie over, die je nu nog steeds virtueel kunt bekijken.
Foto’s Bert Helm, Jan Simonse
Knipsels en artikelen: Kranten- en Tijdschriftenbank Zeeland, ZB Bibliotheek van Zeeland
Podio del Mondo per l’Arte (Wereldpodium voor de Kunst) ontstond in 1975 als een gedurfd artistiek initiatief van de conceptuele kunstenaar Marinus Boezem. Het is gevestigd bij de Graanbeurs op het Damplein in Middelburg, een markant maar destijds wat verwaarloosd paviljoen op veertien zuiltjes.
De creatie van het podium begon als een eigenzinnige, bijna rebelse actie:
Een artistieke claim: Boezem ‘doopte’ de Graanbeurs in Middelburg om tot een internationaal kunstplatform en begon letterlijk de bestrating open te breken om een openingssteen met de tekst “Podio del Mondo per l’Arte” te plaatsen. In het begin handelde Boezem zonder officiële vergunning van de gemeente, wat leidde tot discussies in de gemeenteraad of men deze “brutale” ingreep wel moest toestaan.
Na de nodige inspanningen gaf het gemeentebestuur in 1977 officieel toestemming om de vloer van het gebouwtje te gebruiken als podium waar kunstenaars hun stellingen en visies konden deponeren.
Het Podio is bedoeld als een collectief van levende ideeën, waarbij kunstenaars hun bijdragen letterlijk in de vloer verankeren door middel van stenen met inscripties. Het doel was om een plek te creëren waar moderne kunstbeelden bewaard blijven voor de toekomst en waar de “magische” kracht van kunst centraal staat. Door de jaren heen hebben diverse internationaal gerenommeerde kunstenaars hun visie in de vloer laten beitelen, waardoor het is uitgegroeid tot een ‘uniek wereldpodium’ in de publieke ruimte.
Je kunt het Podio del Mondo per l’Arte zien als een gastenboek van steen: in plaats van papier gebruikt de kunstenaar het fundament van de stad om een blijvende boodschap achter te laten voor de voorbijganger, waardoor de geschiedenis van de kunst letterlijk onder de voeten van de burger komt te liggen.