Toen we eind oktober schreven over het 50-jarig jubileum van Jos Boone Watersport beloofden we al dat er nog een tweede item zou volgen, over de vroege jaren van het bedrijf. Na ons bezoek stuurde Dien ons namelijk een grote collectie foto’s, in zeven Powerpoint-bestanden, gemaakt voor eerdere jubilea. De familie zou ze zelf ook gebruiken tijdens het 50-jarig jubileum.
Een selectie uit die beelden delen we hier graag, aangevuld met een tekst, die is gebaseerd op de onderschriften bij sommige beelden, en op aanvullingen door Dien en Jos zelf. Bedankt, mensen!
Wie vandaag langs de Maisbaai loopt, ziet een rustige plek aan de rand van de stad, waar water, schepen en bedrijvigheid samenkomen. Maar achter die kalme aanblik gaat een lange geschiedenis schuil van havenwerken, zeeschepen, beurtschepen, binnenvaart, woonarken en uiteindelijk ook de onderneming van Jos Boone.
De geschiedenis van de Maisbaai begint ver vóór het bedrijf Jos Boone er zijn anker uitgooit. Al in 1532 krijgt Middelburg een nieuw havenkanaal (de restanten zijn nog steeds terug te vinden in het landschap). De Arne is dan teveel verzand geraakt en de stad dreigt haar bereikbaarheid, tot dan via Arnemuiden, te verliezen. In opdracht van keizer Karel V wordt een nieuwe verbinding gegraven naar de Welsinge, naar open water: De Haven van Middelburg.

Haven van Middelburg ca 1550-1600
De stad groeit en bloeit, heeft meer ruimte nodig. Niet alleen woonruimte, vooral een grotere haven. De oude haven (nu het achterste deel van het Prins Hendrikdok), is echt te klein. De stadsuitbreiding met o.a. De Nieuwe Haven (bij de Stadsschuur, heet nog steeds zo), de kaaien en de Buitenhaven (daar waar nu de Maisbaai is), plus de nieuwe aansluiting naar open water, brengen weer leven in de brouwerij. Op de werf achter de Kinderdijk worden in de VOC-periode (1602 – 1798) 336 schepen gebouwd. Middelburg wordt een grote koopmansstad, de belangrijkste haven na Amsterdam.

De VOC-Werf achter de Kinderdijk in Middelburg
In de eeuwen daarna blijft het gebied voortdurend veranderen. Het verzanden van de vaarwegen is een terugkerend probleem. In 1817 wordt het kanaal van Middelburg naar Veere geopend (eerst naar Wulpenburg, later omgelegd, de oude dijk ligt er nog). In 1872 volgt het kanaal door Walcheren, mede door de aanleg van het spoor. Vanaf dat moment is Middelburg geen getijde haven meer.
Veel van het graafwerk gebeurt met de hand. Paarden leveren trekkracht, vaak ook voor de zeilschepen op het kanaal. Het jaagpad en de helling aan de Maisbaai, een oude paardentrap, herinneren daar nog aan. Tijdens de VOC-tijd ligt op de plek van de huidige Maisbaai, net achter de Slijkpoort, een keienbank, voor onderhoud van de onderkant van de zeilschepen. Later ontstaat dicht bij die plek een werf, rond 1860-1880.
De komst van het spoor en het nieuwe kanaal door Walcheren brengen na 1872 opnieuw een opleving van de bedrijvigheid, al wordt het niet meer zoals voor en in de VOC-periode. Nieuwe bedrijven verschijnen, zoals de Meelfabriek, de Vitrite, zand- en grindhandels, houthandels e.d. Er komt een overzetveer vanaf de Maisbaai naar de overkant van het kanaal, de hoek Maisbaai-(nieuwe) Loskade wordt jaren Het hoekje van Vos genoemd.
De beurtvaart (de bezorgdienst over water) zorgt voor veel scheepvaartverkeer. Het Prins Hendrikdok brengt 50 jaar lang grote schepen in de binnenstad. De Spoorboot en de Rotterdamse boot vervoeren post en passagiers en zijn een vertrouwd beeld op het kanaal en in de haven. De zwemschool en woonarken verschijnen.
In 1946 ligt de ark van de familie Geluk aan de Maisbaai. Hun aannemerij is actief bij het droogmaken van Walcheren na de inundatie in 1944. Het gezin verhuist mee met het werk. Deze woonark is voor dat doel al jaren in de familie. Vele generaties Geluk (ook uit Middelburg) zijn ondernemers in de maritieme wereld. De moeder van Jos Boone (Helena Maria Boone-Geluk) kwam uit deze familie, woonde in haar jeugd regelmatig op de woonark. In de naoorlogse jaren en vooral na de Deltawerken gaat de watersportmarkt groeien. In 1978 breidt de watersportvereniging Arne haar activiteiten verder uit en maakt steigers o.a. aan de Maisbaai.
Parallel aan die ontwikkeling ontstaat elders het bedrijf dat later aan de Maisbaai terechtkomt. Na de afdamming van het Sloe door de aanleg van de spoorlijn wijkt de vissersvloot van Arnemuiden uit naar onder meer Veere. Die haven is dan nog een getijdehaven; de Zandkreek en het Veerse Gat zijn open water.
Na 1873 heeft P.J. Huijbrecht in Veere Hotel Roland. Zijn zoon L.J.A. (Nol) Huijbrecht, geboren in 1902, neemt het in 1938 over en breidt de activiteiten uit. De hoogaarzen, gebouwd als zeilschip, worden steeds vaker voorzien van (hulp-) motoren, dat levert nieuwe handel op. Nol verkoopt onderhoudsmateriaal en olie in vaten aan de vissersvloot. Hij is ook tweede machinist op de reddingboot Maria Carolina Blankenheim.
Hij koopt een Westlander met de toepasselijke naam Door Gunst Verkregen, uitgerust met een 14 pk Kromhout Gloeikop motor. Hij pompt gasolie over in de schepen vanuit een vrachtautotank aan boord van zijn Westlander. De olie haalt hij zelf bij de SHV in Vlissingen. In Veere zijn in die tijd drie olieboeren actief, de kolenboer ging vaak olie verkopen. Olie komt per schip of per trein binnen en wordt meestal per vat leeggepompt bij de klant. Het is zwaar, handmatig werk, maar essentieel voor de visserij.
De handel gaat goed, de Westlander van Nol Huijbregt, wordt vervangen door de Ito 2, een echte bunkerboot, later omgedoopt tot Marija. De Westlander (zonder motor) van Kees Geldof is in de oorlog verloren gegaan.

Bunkerboot Marija in Veere
Nol is tijdens de Ramp in 1953 actief op de reddingboot, maar krijgt toestemming om naar huis te gaan, de zaak in Veere staat onder water. De Ramp is aanleiding tot de Deltawerken, het Veerse Gat wordt in 1961 afgesloten, de Arnemuidse vissersvloot vertrekt naar Vlissingen (en Colijnsplaat). Nol besluit zijn oliehandel met bunkerboot te verkopen.
De opvolger van Huijbrecht, Jan Bos, een binnenschipper uit Werkendam, koopt het bedrijf in 1967, verplaatst het naar Middelburg en richt zich meer op de binnenvaart. Het bedrijf is gevestigd op zijn binnenschip Nieuwe Zorg, een klipper die als zeilschip gebouwd is en in meerdere stappen voorzien van een motor, een roef en een stuurhut.

Bos met Marija bij Binnenschip aan de Loskade in Middelburg
Gasolie en smeerolie worden over water geleverd met de Marija. Gasolie, petroleum en gasflessen over de wal met een bestelauto, later een Ford Transit, een tankauto. De Maisbaai is voor velen een onbekend stukje Middelburg, de Vitrite neemt daar een groot deel van de stad in beslag. Samen met de zand- en grindhandel van Geluk aan de Maisbaai en de zand- en grindhandel van Van Ouwerkerk aan de Punt, vormt het een bedrijvig geheel.
Bos verkoopt later zijn Nieuwe Zorg en kiest voor een voormalig beurtschip als opslag voor zijn bedrijf. Hij gaat zelf op de woonark Waarheen wonen aan de Rouaansekaai en heeft een bijbaan als brugwachter. Daarna komt de kanteling…
Op 1 november 1975 neemt Jos Boone, pas 22 jaar oud, het bedrijf over. De Marija blijkt geen lang leven beschoren; dat is een tegenvaller. Boone gaat op zoek naar iets nieuws, huurt tijdelijk de bunkerboot Shell 95. Omdat het beurtschip dat Bos als opslag gebruikte niet te koop is (hij wil het ombouwen tot jacht), moet Jos op zoek naar een geschikt onderkomen voor zijn bedrijf. Tot zolang doet zijn auto dienst als kantoor. Hij vindt een geschikte combinatie van winkel, woning en opslag in een omgebouwde tjalk van 25 x 5 meter. Het schip was in gebruik geweest bij tankrederij Van der Sluijs uit Raamsdonksveer.
Het schip is gebouwd in 1908 bij scheepswerf Gebr. Mulder in Stadskanaal, onder de naam Cosmopoliet. Ooit zeilend, later winkelschip, prima geschikt en nu opnieuw aan de vooravond van een nieuw bestaan, het heeft alleen wat achterstallig onderhoud. De vergunningen vergen tijd. Het schip ligt zolang in Veere.
Op 31 december 1975 komt het schip eindelijk aan de Maisbaai te liggen. Boone haalt het met de gehuurde bunkerboot Shell 95 naar Middelburg. Elektriciteit is er, een aansluiting voor drinkwater niet; dat komt lange tijd uit een tank in de oude bestelauto, een Barkas, overgenomen van Bos. Met de Ford Transit kan gasolie of petroleum bezorgd worden. De Fiat (afgedankt door de CZAV en gekocht voor fl. 100,- ) doet dienst als petroleumopslag en –pomp.
Stap voor stap krijgt het bedrijf vorm. Shell heeft een moderne bunkerboot aangeboden, de Shell 86: een enorme vooruitgang. In overleg worden de kleuren geel en blauw ingevoerd. Er komt een entree, een bordes, later een loopplank. De winkelinrichting is creatief, grotendeels opgebouwd uit hergebruikte materialen. Eerst wordt de buitenkant opgeknapt, daarna de binnenkant. Een Shell tankauto wordt aangekocht om grotere klanten over de wal te kunnen bedienen. De combinatie blijkt minder praktisch, de auto wordt vrij snel verkocht.
In 1978 trouwen Jos en Dien, de woning wordt opgeknapt, ze gaan aan boord wonen. Samen bouwen ze aan het bedrijf, krijgen een gezin. In 1983 wordt de winkelinrichting vernieuwd. De watersport groeit, het bedrijf groeit mee, de winkel wordt echt te klein. Er wordt uitgezien naar een groter schip. Een voormalig restaurantschip wordt gekocht, maar dat brandt helaas, kort na aankoop, op de werf af. De zoektocht wordt voortgezet en in 1989 is het zover. Na heel veel slopen, verbouwen en nieuw bouwen wordt de nieuwe Helena Maria in gebruik genomen, 40 meter lang, 10 meter breed. Met een magazijn onder in het ruim en veel meer winkelruimte bovendeks. Jos en Dien gaan erboven wonen, met hun drie kinderen.
In die jaren is het Maisbaaigebied ingrijpend veranderd, de Vitrite is gesloopt, flats worden gebouwd, de jachthaven uitgebreid. Vrijwel iedere Middelburger weet nu waar de Maisbaai is. Als je de naam Boone noemt, wordt er al snel gevraagd: ‘ben jij d’r één van de boot?’
De watersport groeit en wordt de belangrijkste doelgroep, zeker nadat de binnenvaart over het kanaal afneemt en in 2000 de bunkerboot verkocht wordt. De oliehandel is nog steeds een belangrijk onderdeel van het bedrijf, in 2021 wordt een tankponton met nieuwe pompen en nieuwe steigers in gebruik genomen.
Alle foto’s en afbeeldingen komen uit het archief van de familie Boone. Een aantal prenten en uitsneden van kaarten komen indirect uit Zeeuwse beeldbanken, zoals die van de ZB en het Zeeuws Archief.