Volgende maand bestaat Hapje Geluk in de Gravenstraat een jaar. We bezochten deze jonge dagzaak eerder al eens, maar dat bezoek kwam toen eigenlijk te vroeg. We spraken die keer bovendien alleen met Jessica, die als vrijwilliger in de zaak werkt.
Afgelopen vrijdag maakten we eindelijk ook kennis met een van de eigenaars van Hapje Geluk, Murlin Hardjopawiro. Zijn compagnons zijn Walter en Karin, zijn vrouw.
Murlin legde uit dat hij ook directeur is van zorginstelling De Zorgtafel. Die instelling levert zorg aan volwassenen met een (licht) verstandelijke beperking, langdurige psychische klachten en/of een getraumatiseerd verleden. De Zorgtafel houdt kantoor in Koudekerke en heeft diverse zorgwoningen in beheer, verspreid over heel Walcheren. Nog niet zo lang geleden werden er ook twee zorgboerderijen elders in Zeeland overgenomen, die nog volop in door- of herontwikkeling zijn.
Jessica, die is bevriend met Murlin en Karin, werkte in het verleden ook in de horeca, maar werd vanwege gezondheidsproblemen afgekeurd. Stilzitten is echter geen optie voor haar. Ze riep jaren terug al tegen Murlin dat ze héél graag voor hem zou werken, als hij ooit zou besluiten de zorgverlening uit te breiden met een horeca-deel. Toen die stap inderdaad werd gezet met Hapje Geluk, was het voor Jessica als een droom die uitkwam.
Deze kleurrijke dame stráált gewoon als ze erover vertelt. “Het is gewoon zo’n mooie combinatie: als horecabedrijf zijn we ook een dagbesteding voor een aantal cliënten van De Zorgtafel, terwijl hier ook meerdere mensen als vrijwilliger werken. Mensen zoals ik, ook al heeft iedereen zo zijn eigen achtergrond.”
De cliënten helpen mee waar mogelijk. Bij het maken van de koffie, thee, taarten en broodjes bijvoorbeeld of bij het serveren van een high-tea. Toen wij vrijdag aanschoven zagen en hoorden we net een paar dames afscheid nemen van Jessica. “Tot van de week hè, bij de High Tea!”
Murlin en Jessica legden ook uit dat het in de eerste maanden van Hapje Geluk wel een beetje zoeken was. Steeds meer mensen ontdekken de lunchroom, maar het team zou dolgraag meer doen in samenwerking met andere ondernemers. In de directe omgeving, maar ook daarbuiten. Ze zouden ook graag zien dat een straat als de Gravenstraat meer aansluiting krijgt bij de wat grotere evenementen van de stad. Jessica merkte terecht op dat het best gek is dat tijdens de kermis de borden ‘bedankt voor uw bezoek’ al aan het begin van de straat staan, en niet aan het einde ervan.
Tegelijkertijd wordt de groep vaste gasten of terugkerende bezoekers geleidelijk groter. Van een middenstander die drie keer per week een soep komt eten tot mensen die speciaal komen voor de taart of de tosti’s.