“Noe Jekemine, als je joe beuter en eijers te mert gebrogt hebt, zullen wi te geeren Annetieliesjes mert gaen houên”
Het is een maf bijschrift, bij die oude prent van een heer en dame in klederdracht, afkomstig uit boek van Evert Maaskamp, Reis door Holland in het jaar 1806 en 1807.

“Nou Jekemine, als jij je boter en eieren naar de markt hebt gebracht, dan gaan we samen naar de Annetieliesjesmarkt.”
Waar de man naar verwijst is Annetje-Liesjesdag, vaak ook simpelweg Liesjesdag genoemd (en begin achttiende eeuw ook Hannelysjesdag of ‘Jan Lysjesdag). Dat was, tot begin twintigste eeuw, een zeer feestelijke en drukke dag in Middelburg, die twee keer per jaar werd gevierd.
Op deze dagen, de eerste donderdag van mei en oktober, kregen de boerenknechten en meiden ’s morgens hun loon uitbetaald en waren ze de rest van de dag vrij. Als de arbeidsovereenkomst niet was verlengd, vertrok men voorgoed van de boerderij en anders keerde men ’s avonds terug. Degenen die niet terugkeerden, meldden zich ’s avonds bij hun nieuwe baas of bazin. Zie ook het boeiende artikel ‘Vadertje’, van Frans van den Driest, in de Wete.
Wijlen Rob van Hese schreef er op Middelburg Dronk ook over: “Eerst werd er gewinkeld – de Middelburgse middenstand speelde hier handig op in met lokkende advertenties in de Middelburgsche Courant – en ’s middags liepen ze in rijen gearmd door de stad onder het zingen van liedjes als Aerem an aerem de Gortstraete in. Die dagen vormden trouwens ook een mooie gelegenheid om, indien zonder, een partner te zoeken. Natuurlijk dienden de allengs schorder wordende kelen regelmatig gesmeerd bij de Middelburgse horeca.”
Hij schrijft ook nog dat deze feestelijke dag soms ook gepaard ging met vechtpartijen en andere incidenten. Dat is uiteraard ook van alle tijden. Als de drank is in de man…
Als je deze feestelijke dagen en het verdwijnen ervan echt goed wil begrijpen, moet je eigenlijk ook wat meer weten over de knechten en meiden van weleer. Als je wel eens zoekt in oude kranten zie je maar al te vaak advertenties voor hulp in het huishoude. In de achttiende eeuw zijn het nog dienstmaagden die worden gevraagd. Later zie je allerlei varianten. Meid, meisje, dienstbode, dienstmeisje. Wat al die namen met elkaar te maken hebben laat Yoin van Spijk mooi zien in een enkel plaatje.
Het onderwerp is te groot om nu uitgebreid op in te gaan, maar feit is dat er voor de Tweede Wereldoorlog héél veel mensen werkzaam waren in de huiselijke dienstverlening. Vaak woonden ze in, bij de families waar ze voor werkten. We komen er nog wel eens op terug. Als je er nu toch al meer over wil weten hierbij alvast een paar leestips:
Foto’s, prenten en knipsels: collectie ZB Bibliotheek van Zeeland, op ZB Digitaal.
Screenshot Ordonnantie: Google Books