Vandaag deel 2, van de impressie van onze kennismaking met De Nood, de Middelburgse specialist in klassieke straat- en buitenverlichting. Gisteren probeerden we de 100 jaar geschiedenis van het bedrijf samen te vatten, nu gaan we in op het heden.
Zoals gezegd zijn de lantaarns van de Nood in héél veel Nederlandse plaatsen te zien. Toen we Bart en Evalien gisteren vroegen op welke projecten het team extra trots is stipten ze de verlichting aan bij Heemraadsbrug in Rotterdam, de zeer grote lantaarns voor kledingzaak The Sting aan de Kalverstraat in Amsterdam, het jeneverglas op lantaarns in Schiedam en de kroonlantaarns op de Lange Voorhout in Den Haag.
Als je een goede indruk wilt krijgen van al dat moois kunnen we je de website van de Nood aanbevelen. Onder het kopje berichten krijg je een lange lijst met projecten voorgeschoteld, het ene nog indrukwekkender dan het andere.
Ook in Middelburg zijn meer dan genoeg lantaarns van de Nood te vinden. Bij de haven, op het Damplein, in de Kuiperspoort en op de Helm bijvoorbeeld. Het bedrijf maakte er 5 jaar terug een filmpje over en liet diverse Middelburgers aan het woord. Zie het filmpje boven.
Ook anno 2024 heeft de Nood nog werk in overvloed. Het gaat niet alleen om opdrachten voor nieuwe verlichting. In de grote werkplaats zagen we ook armaturen liggen die duidelijk al jaren in gebruik waren geweest. Soms gaat het om reparaties, maar het komt ook regelmatig voor dat de techniek wordt aangepast. Zo schakelen veel gemeenten over van het klassieke peertje naar LED-verlichting.
En dat is nog niet alles. Aan innovatie doet de Nood ook. Toen we een lantaarnpaal zagen staan met wel erg veel bedrading aan de binnenzijde vroegen we ons hardop af of dat normaal is. Niet dus. Bart legde lachend uit dat er ook laadpalen worden ontwikkeld met een klassieke look, in samenwerking met StreetPlug BV uit Tholen. Terug naar vroeger is echter ook geen probleem. Bart liet ook een schitterende lantaarn zien met een zogenoemde snotneus. Dat is een tuitlamp die brandt op olie.
Tijdens ons bezoek was het relatief rustig in de werkplaats, in verband met vakanties, maar we kletsten nog wel even met een paar mooie meneren, zoals de smid Rinus Zuidweg (die sommige mensen misschien ook kennen van de formatie Smelly Kitchen), chef werkplaats Jaap Tukker en oud-schoolgenoot Ivor Seymour, de operationeel directeur van de Nood.
De mannen hebben allemaal zo hun eigen rol, maar ze leken ook genoeg gemeen te hebben. Ze zijn allemaal al heel lang dienst bij de Nood. Ze maakten er natuurlijk wel wat grappen over, maar ze houden van hun werk, zijn trots op wat ze maken en ze gaven allemaal aan dat ze in vrijheid kunnen werken. Natuurlijk: opdrachten moeten wel op tijd klaar zijn, maar iedereen kan werken op zijn of haar manier. Dat gevoel kregen we althans wel.
Nu is het nog geen probleem, maar de leeftijd van een paar belangrijke medewerkers is wel dusdanig hoog dat er een paar pensioenen in beeld komen, binnen nu en een paar jaar. Daarom is de Nood recent begonnen met het werven van nieuwe mensen. Er is zelfs een speciale website voor gemaakt, Werken bij de Nood. De eerste drie vacatures kun je daar vinden, net als de verhalen van bestaande medewerkers.
Van Ivor en Evalien begrepen we dat de Nood niet speciaal op zoek is naar opgeleide mensen. Een speciale opleiding is er zelfs niet eens. Daarom gaat de voorkeur eerder nog uit naar mensen die het ambacht -want zo durven we dit werk echt wel te noemen – op de werkvloer willen leren.
De Nood. We zijn blij dat we op bezoek mochten komen bij dit bedrijf. Wat ons betreft een bedrijf waar Middelburg trots op kan zijn. Op naar de volgende 100 jaar!
Wil je nog meer lezen over de producten en diensten van de Nood? Op de website kun je heel veel informatie vinden, het is maar dat je het weet!