In de reeks Zee(uw)post met Johan Francke van ZB deze keer:
‘…een vruchtbaer lant van suijckerriet.’ Johannes d’Olijslager netwerkt vanuit Suriname bij dominee Johannes de Mei (9 januari 1672).
Johannes d’Olijslager schrijft op 9 januari 1672 vauit de toenmalige Surinaamse hoofdstad Torarica aan ds. Johannes de Mey in Middelburg en verontschuldigt zich dat hij niet persoonlijk afscheid heeft kunnen nemen, doordat hij vaak buiten Middelburg was voor bezoeken aan pottenbakkers. d’Olijslager, zelf pottenbakker, is samen met zijn gezin op 5 september 1671 na een lange reis van vijftien weken gezond en wel in Suriname aangekomen.
Enkele zaken die opvallen aan deze brief zijn dat d’Olijslager hier duidelijk maakt hoe dunbevolkt de kolonie anno 1672 nog was, zowel wat de hoeveelheid kolonisten als aanwezige slaven op de plantages betreft. Alles moest nog worden opgebouwd, maar de nieuwelingen zien een land met grote mogelijkheden. Langs de rivier ligt ‘een vructhbaer lant van suijckerriet.’ d’Olijslager ziet perspectief voor een winstgevende exploitatie (‘schoone negotie’) voor Zeeland, zij het dat Suriname daarvoor op dat moment nog te weinig inwoners en slaven heeft. d’Olijslager maakt hier, net als in eerdere brieven een duidelijk eigen onderscheid in de bevolking tussen de kolonisten en de slaven: ‘Het mankeert hier al aen inwoonders ende ook noch aen neegros.’
d’Olijslager solliciteert openlijk naar de vacante post van secretaris van de kolonie en schakelt daarbij ook dominee Johannes de Meij (1617-1678) in. Deze De Mey neemt nu juist een opmerkelijke tussenpositie in binnen het debat over het geoorloofd zijn van slavenhandel.
In ‘Korte bedenckinghen over het koopen ende verkoopen der menschen’ zet hij zijn standpunten uiteen. Hij meende dat de slaven door de handel uiteindelijk een beter bestaan zouden krijgen, indien ze maar tot het christendom werden bekeerd. Wel was hij van mening dat een slaaf, eenmaal christen, op den duur ook lichamelijk vrij zou moeten worden. Hij was niet tegen het instituut slavernij op zich, maar verzette zich wel tegen de mensonterende toestand waaronder dit plaatsvond en ergerde zich vooral aan kooplieden die zich verrijkten aan deze handel.
De brief is te vinden op https://digitaal.dezb.nl/zeeuwpost-url/book/8a09019a-77a6-4286-de21-fda1e14f0004/2
Uitleg en achtergrondinformatie: https://digitaal.dezb.nl/zeeuwpost-url/brief-context/zp-brief-context-00300