Er zijn van die Middelburgse tradities die er zo vanzelfsprekend bij lijken te horen, dat je bijna vergeet hoeveel mensen er achter de schermen mee bezig zijn. De Folkloristische Dagen zijn daar een mooi voorbeeld van. Twee keer per jaar staat Middelburg in het teken van ringrijden, sjezenrijden, klederdracht, versierde paarden, pollepels, sjerpen en natuurlijk dat ene moment waarop de winnaar wordt gejonast. Die traditie begon in de jaren 50 al.
Maar na heel wat jaren verandert er nu iets in de organisatie. Ineke Spaander en Anneke Klaassen dragen het stokje over. Ineke was maar liefst 33 jaar voorzitter van de Folkloristische Commissie Middelburg. Anneke was 23 jaar secretaris. De Folkloristische Dagen van 2026 zijn voor hen de laatste in die rollen. Tijdens de eerste Folkloristische Dag, op donderdag 9 juli, wordt officieel afscheid van hen genomen.
We spraken Ineke, Anneke en hun opvolger Arie van Duin vorige week in het museumcafé van het Zeeuws Museum. Dat gesprek ging over traditie, overdracht, de oude VVV, het Abdijplein, het Molenwater en natuurlijk over ringrijden. Geinig detail: onze stemmen bleken zo luid dat een oudere heer er zelfs buiten op het terras last van had. Ook dat is folklore, zullen we maar zeggen.
Ineke Spaander was directeur van het Zeeuws Museum en kwam in 1993 bij de Folkloristische Commissie terecht. Dat gebeurde vanuit de oude VVV in Middelburg, waar zij in het bestuur zat. De Folkloristische Commissie organiseerde de dagen samen met de Zeeuwse Ringrijders Vereniging. Anneke Klaassen werkte eveneens bij het Zeeuws Museum, als directieassistent van Ineke. Zij begon daar in 1996 en ging in 2013 met pensioen. Toen de VVV ophield, vroeg Ineke haar of zij het secretariaat wilde overnemen. Dat deed ze, met plezier.
Wie alleen naar de kalender kijkt, zou kunnen denken: twee Folkloristische Dagen per jaar, dat valt toch wel mee? Maar natuurlijk komt er meer bij kijken. De ringrijders regelen veel zelf, maar de Folkloristische Commissie houdt de lijnen bij elkaar, bewaakt de traditie en zorgt dat alle betrokken partijen weten wat er moet gebeuren. Na zoveel jaren is veel daarvan routine geworden. “We vergaderen met de hele commissie één keer per jaar. Dat zegt al genoeg,” klonk het tijdens het gesprek. Iedereen weet wat er moet gebeuren. En juist dat maakt het ook kwetsbaar: kennis zit vaak in mensen, niet alleen in papieren.
Voor Ineke en Anneke is dat precies de reden om nu plaats te maken. “Ik vind 33 jaar mooi,” zei Ineke. Bovendien wilden ze zorgen voor continuïteit. Niet wachten tot iemand plotseling wegvalt, maar op tijd nieuwe mensen laten instappen.
De nieuwe voorzitter wordt René-Michel Gerritsen, bekend van Gasterij 51 in de Langeviele. René-Michel was niet bij het gesprek aanwezig, maar liet wel weten dat de huidige koers voorlopig gewoon wordt voortgezet. Later kan altijd worden gekeken naar nieuwe afslagen of mogelijkheden, maar de komende Folkloristische Dagen blijven voorlopig zoals mensen die kennen.
Dat past ook bij de woorden van Arie van Duin, de nieuwe secretaris. Hij is al ruim veertig jaar werkzaam bij de Provincie Zeeland en werd door René-Michel gevraagd om het secretariaat over te nemen van Anneke. Arie is zelf niet op een boerderij geboren en heeft zelfs nog nooit op een paard heeft gezeten, maar voelt zich wél verbonden met het ringrijden. Hij noemt het een prachtige volkssport met eeuwenoude tradities: de versierde paarden, de sjerpen, de pollepels en het jonassen van de winnaar.
Arie verteld dat hij verrast was, dat hij gevraagd werd, maar ook dat hij graag onderdeel wordt van de organisatie. Hij kent door zijn werk bij de Provincie veel mensen en is onder meer betrokken bij de organisatie rond de Four Freedoms Awards in Middelburg. Evenementen, overleg, lijntjes leggen: die wereld is hem dus niet vreemd.
Wat hem extra over de streep trok, was de manier waarop Anneke de overdracht doet. Niet: hier is de doos, succes ermee. Maar rustig meedraaien, uitleggen en zorgen dat de kennis niet verloren gaat.
Een nieuw bestuur betekent hier nadrukkelijk niet dat alles op de schop gaat. Arie zei het mooi: je moet niet als een olifant door een porseleinkast gaan lopen. Wat goed gaat, blijft goed. Natuurlijk kunnen er later dingen zijn waar de nieuwe ploeg opnieuw naar kijkt, maar de basis blijft: de Folkloristische Dagen zijn er voor het ringrijden, het sjezenrijden, de klederdracht en de sfeer die al generaties bij Middelburg hoort.
Die traditie kreeg dit jaar bovendien extra gewicht. Het Zeeuwse ring- en sjezenrijden is in 2026 opgenomen in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Erfgoed Zeeland schrijft dat gedeputeerde Harry van der Maas de Zeeuwse Ringrijders Vereniging op 9 juli om 11.30 uur op het Abdijplein feliciteert met die erkenning, tijdens de eerste Folkloristische Dag.
Bij het Zeeuwse ringrijden rijdt een deelnemer in galop op een ongezadeld, versierd paard en probeert met een lans ringen te steken. Bij het sjezenrijden gebeurt dat vanuit een tweewielige sjees, getrokken door een paard, met deelnemers in traditionele klederdracht.
De eerste Folkloristische Dag is op donderdag 9 juli 2026. Op en rond het Abdijplein is er ringrijden en sjezenrijden in boerenklederdracht. De Zeeuwse Ringrijders Vereniging noemt het een dag vol traditie, klederdracht en folklore.
De tweede Folkloristische Dag is op donderdag 20 augustus 2026 op het Molenwater. Dan draait het om het Zeeuws Kampioenschap ringrijden en de Koninklijke bekers. Die dag wordt ook gestreden om het beeldje van Koningin Beatrix, een van de meest begeerde prijzen binnen het ringrijden. Het beeldje werd in 1981 door prinses Beatrix ontworpen en beschikbaar gesteld.
Voor Ineke en Anneke wordt vooral 9 juli een symbolische dag. Ineke opent die eerste Folkloristische Dag nog, René-Michel sluit af. Daarna is het stokje echt overgedragen. Al verdwijnen de dames natuurlijk niet helemaal uit beeld: ze blijven voorlopig nog jureren voor de Zeeuws Museum-prijs.