We schreven vorige maand al een paar stukjes over ons lokale arbeidsverleden, maar klaar waren we nog niet, na die terugblikken op Viduet, Vogel en Amgas. Er waren nog veel meer Middelburgse werkgevers.
WC’s poetsen? Dat hebben we ook volop gedaan. Daar word je groot en sterk van. Zo ook bij Gemeente Middelburg, waar we ergens halverwege de jaren 90 bijna twee jaar in dienst waren (via uitzendbureau Randstad), als medewerkers van de dienst Parkeerbeheer. In die functie was het onze taak de (toen nog) twee parkeerkelders van de gemeente, aan de Koestraat en de Kousteensedijk, te beheren.
We vonden dat werk leuker dan menigeen dacht. Passanten zagen ons vooral aan het werk als we op onze post waren, achter de vele monitors in de loge, en vroegen zich dan niet zelden hardop af wat ik daar in vredesnaam dede. Dat gluren naar beelden van beveiligingscamera’s werd blijkbaar beschouwd als saai.
Soms wás het ook wel een beetje saai. Ik herinner me ook avonden dat er nauwelijks auto’s van niet-abonnees stonden geparkeerd. Op zulke avonden zocht je je heil dan in lezen en sigaretjes roken. Het lukte ons maar niet om daar een hekel aan te krijgen. Doorgaans was het echter een komen en gaan van voertuigen en hadden we onze handen vol aan het verhelpen van storingen aan de slagbomen, de betaalautomaten en het verkeersgeleidingssysteem van de stad.
Daarnaast waren er iedere dag wel onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden (héérlijk om met zo’n veegmachine door de kelders te rauzen) en assisteerde je bij het leeghalen van de parkeerautomaten in het centrum. Wat een omzetten werden daarmee gedraaid! Soms controleerde je de openbare toiletten op Damplein en Hof van Tange. Zulke voorzieningen moeten nu eenmaal spic en span zijn, dat kun je wel begrijpen.
We leerden in die kelders van Middelburg meer dan de kneepjes van het parkeerbeheer als zodanig. Over het menselijk gedrag in de publiek ruimte bijvoorbeeld. Er was altijd veel aanloop van zowel toeristen als vaste bezoekers, die ons bestookten met vragen of kletspraatjes, waardoor het soms zelfs gezellig dreigde te worden.
Het waren echter de semi-anoniemen, brokkenmakers en a-socialen die ons het meest fascineerden. Die Duitse moeder die haar peuter liet poepen in het urinoir van het mannentoilet, omdat ze een kwartje voor het gewone toilet te veel vond. De mensen die de kluit probeerden te belazeren door te zeggen dat ze hun kaartje kwijt waren. Die later voor pedofilie veroordeelde kerel, die drie jongens op het dak van zijn auto liet dansen en vreemd opkeek toen we daar wat van zeiden (maar ons wel beloonde met een tientje voor het goede opletten en ons en passant een baantje aanbood als glaszetters).
En dan nog die vent die vergat dat je met fietsen op het dak van je auto schade rijdt, als de doorrijhoogte twee meter is. Die mensen die, leunend op het bord ‘uitgang’, van twee bij twee meter, vroegen waar de uitgang was. Dat soort mensen drukten ons met de neus op de feiten. De publieke ruimte kan niet zonder beheer. Mensen zijn dieren.
Maar soms slaat het beheer door, uiteraard. We schakelen over naar die scene uit Fargo, waarin Steve Buscemi uitvaart tegen een slagboomman en zijn kleine wereld. We moeten er iedere keer weer om lachen, heel hard.
Historische foto’s: Jaap Wolterbeek en archief Bouwbedrijf De Delta bv