We moeten ze al honderden keren hebben gezien, al die foto’s van de verwoesting van de binnenstad van Middelburg, op 17 mei 1940. De beelden zijn iedere keer weer indruk- en huiveringwekkend. Wat een puinhoop was het! Maar weet je wat nu zo gek is? Nooit eerder vroegen we ons af wat er met al dat puin is gebeurd.
Waarom? Omdat Werner Slinger ons afgelopen maandag vroeg of we bekend waren met het verhaal over het dempen van een sloot achter de Koninginnelaan, met brokstukken van het verwoeste stadhuis. Hij gaf een paar van die stukken weg via de Facebookgroep Ik geef weg – Walcheren, maar zei er wel bij dat hij zijn hand niet in het vuur durft te steken voor de herkomst van de stenen. Toen even later iemand anders er ook naar vroeg, besloten we te gaan snuffelen in de digitale collecties van onder meer ZB Bibliotheek van Zeeland en het Zeeuws Archief, en er de vraag van de week van te maken.
Nou, we denken dat het best zou kunnen, maar wij steken onze handen er ook niet voor in het vuur. Je moet allereerst even laten bezinken hoeveel puin er vanaf 17 mei 1940 lag, in de binnenstad: maar liefst 85.000 kuub! Het team van het Zeeuws Archief vertelt er meer over in het artikel ‘De verwoeste stad’.
We vonden zelf vooral veel informatie over dit onderwerp in de Krantenbank Zeeland, in kranten uit de jaren 1940 en 1941. In overleg met de Duitsers werd al heel snel besloten dat de stad opnieuw zou worden opgebouwd. Voordat men daar aan kon beginnen moest eerst al dat puin worden opgeruimd.
Dat enorme karwei werd uitgevoerd door de Dienst Wederopbouw Middelburg, ook wel ‘Diwemi’ genoemd. Er werden honderden mensen ingezet en vele vrachtwagens, karren en kruiwagens. Een van de plekken waar het puin aanvankelijk werd opgeslagen was het terrein van de voormalige boterbeurs, maar daar was het al vrij snel vol. Daarom werd er een weiland aangewezen naast wijk de Griffioen. Daar werden schijnbaar enorme hoeveel grof puin bewaard, tot na de oorlog. Het fijnere puin werd afgevoerd naar een terrein bij Nieuwland. Maar ook elders in de stad werd puin opgeslagen.
Onder toezicht van iemand van de monumentendienst werd geprobeerd het nog bruikbare spul te scheiden van het onbruikbare. Uit diverse berichten kun je opmaken dat voor de wederopbouw van het stadhuis veel nieuw steen nodig was. Dat moest uit België komen. Je kunt je daarom ook voorstellen dat veel steen van het oorspronkelijke gebouw werd afgevoerd.

Waar dat allemaal terechtkwam is moeilijk te zeggen. We lezen in advertenties dat er ook veel puin werd afgevoerd naar elders, met schepen bijvoorbeeld, maar ook dat je bij de stadsschuur puin kon afhalen als particulier, als je bijvoorbeeld een weg wilde verharden of, inderdaad, een sloot wilde dempen. Gisteren vertelde iemand op het terras ons dat mensen zelfs een vergoeding kregen als ze bereid waren puin in hun kelders te storten.
Iets zegt ons dat je over dit onderwerp wel een paar hoofdstukken zou kunnen schrijven. Bij het artikel van het archief zie je ook een stuk van Gemeente Middelburg. Van dat soort documenten zijn er ongetwijfeld nog veel meer op te duikelen (dat archief is immers niét verbrand in mei 1940).
Over de Koninginnelaan vonden we geen specifieke berichten, maar interessant is wel dat de wijk ’t Zand in 1940 nog bij Koudekerke hoorde. In de zomer van 1941 werd het echter bij Middelburg gevoegd, tot verdriet van velen. Middelburg, zo blijkt, had in die tijd niet alleen plannen voor de wederopbouw van de stad; ook uitbreiding van de stad stond op het programma. In ’t Zand werden in de oorlog al zo’n 150 nieuwe woningen gebouwd. Het lijkt ons heel goed mogelijk dat bij dat werk ook puin uit het centrum is gebruikt. Er was meer dan genoeg, tenslotte.
Bewijs in beeld hebben we nog niet gevonden. Er zijn wat foto’s van de bouw van die huizen, en bij het artikel van het archief ook een beeld van de opslag bij de Boterbeurs, maar van dat afgeladen weiland bij de Griffioen vonden we nog geen beelden.
Naar de foto’s van de verwoestingen keken we nu opeens met andere ogen. Op hoeveel van die beelden zijn werkmannen te zien, die in de weer zijn met het puin? We vonden er toch wel een paar. Mannen bij vrachtwagens en kruiwagens inderdaad, mannen bij grote brokstukken van het stadhuis. Wie dat allemaal waren weten we uiteraard niet. Er werden ook veel werklozen ingezet, lazen we ergens.
Lang verhaal kort: geen hand in het vuur, maar het zou ons niet verbazen als dit verhaal op waarheid berust. Al kunnen de stenen dan natuurlijk ook heel goed van een ander monumentaal pand afkomstig zijn. Er waren die dag tenslotte bijna 600 panden verwoest, of onbewoonbaar geraakt.
Foto’s: beeldbanken Zeeuws Archief, ZB Bibliotheek van Zeeland en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Knipsels 1940 en 1941: ZB Krantenbank Zeeland en ZB Tijdschriftenbank Zeeland