Toen Rob van Hese in september 2021 overleed verloren we niet alleen een makker; we namen ook afscheid van een schrijver die in een paar jaar tijd honderden verhalen schreef over Middelburgers en hun stad.
Veel van die verhalen, die zich voornamelijk afspelen in de tweede helft van de twintigste eeuw, zijn terug te vinden op de website van Middelburg Dronk. We vinden het mooi om er ook hier een aantal uit te lichten. Als eerbetoon aan Rob én aan de Middelburgers over wie hij schreef.
We beginnen met Will Borstlap. Een bekende verschijning in het Middelburgse uitgaansleven van de jaren 60, 70 en 80. Hij was vaste gast bij zaken als De Mug en het Nederlands Koffiehuis, waar hij ook vaak piano speelde. Kom er maar in, Rob:
Aristide Bruant
Hij leek, althans op mijn netvlies, als twee druppels water op de Franse chansonnier Aristide Bruant geportretteerd door Toulouse-Lautrec: een bon vivant met zwarte jas en hoed en een rode foulard. Het was een treffende gelijkenis, niet alleen qua postuur maar ook vanwege de onmiskenbaar artistieke uitstraling.
Will Borstlap was ook een man waar je niet omheen kon, iemand die duidelijk aanwezig was, praatgraag, joyeus en een stemgeluid waar menige bariton jaloers op was. Ik kende hem al vanuit mijn kinderjaren, toen hij in de pianowinkel van voorheen Mossel en Verstegen in de Lange Delft zat. Zijn twee zoons kende ik ook – met Dave ging ik school in de Sint Pieterstraat en later dronken, en drinken, we ergens nog weleens een glas of meer.
Kunstige meterkastjes
In zijn latere jaren werkte Will bij de toenmalige PZEM en ontwikkelde hij een diepe affiniteit voor afgedankte meterkastjes. Hij sloopte het inwendige deel, assembleerde de onderdelen en spoot er een laagje goudlak overheen. Hij noemde dat soort ‘doomsday machines’ simpelweg decoratieve dingen – in een artikel in de PZC over zijn ‘kunstwerken’ sneerde hij naar de moderne kunst en vond wat hij maakte toch decoratiever. Ik denk dat er nog wel verschillende decoratieve dingen van Will een vensterbank of schoorsteenmantel sieren, misschien staat er zelfs nog wel een exemplaar in De Mug.
Pianoman
Maar Will’s grote passie was en bleef toch de muziek. Hij was wijd en zijd bekend als entertainer en speelde wellicht piano in iedere Zeeuwse zaak die er een staan had. Toen het Nederlands Koffiehuis zijn deuren ging sluiten schreef hij zelfs een enigszins weemoedig doch passend afscheidslied.
Natuurlijk was de Mug zijn stamkroeg, de plaats waar hij zich thuis voelde en als een primus inter pares kleur aan het leven gaf. Voor mij is zijn overlijden – en ik weet dat dit sommigen wellicht macaber voorkomt – dan ook van een ongekende schoonheid: hij stierf op 1 november 1989 in het harnas, piano spelend in de Mug.
Foto’s: Jan Simonse en collectie Rob Roosdorp
Knipsels PZC (over Will en de zingende kelner van het NL Koffiehuis, Jan van den Boomgaard): Krantenbank Zeeland ZB Bibliotheek van Zeeland