Toen Anita Pijpelink begin dit jaar terugkeerde naar Middelburg had ze een behoorlijk intensieve periode achter de rug als gedeputeerde, als Tweede Kamerlid en als lid van de parlementaire enquêtecommissie Corona. Nu staat ze, op nog geen honderd meter van haar oude Provinciehuis, aan het roer van CBK Zeeland. Een andere wereld? Ja en nee.
Eerder deze maand bezochten we haar op haar nieuwe werkplek. Niet om haar voorbereid te interviewen, maar om even bij te kletsen. Ze is nog maar net begonnen. Maar waarmee eigenlijk?
“Ik ben eigenlijk op alle niveaus bezig,” zegt ze. “Ook op hoogstrategisch niveau. Het CBK komt wel echt uit slecht weer.” Daarmee doelt ze op de periode waarin veel Zeeuwse kunstenaars zich afvroegen wat het Centrum voor Beeldende Kunst eigenlijk nog voor hen betekende. Ook de provincie stelde zich die vraag. Volgens Pijpelink heeft haar voorganger Arno van Roosmalen de relatie met het kunstenaarsveld in de afgelopen jaren weer grotendeels hersteld. “Hij is ontzettend veel op pad geweest, bezocht kunstenaars in hun ateliers en legde verbindingen tussen Zeeland en de buitenwereld. Maar we zitten nog steeds in een fase waarin we moeten laten zien wie we zijn, waar we voor staan en waarom dat belangrijk is.”
Opvallend is dat Pijpelink vrijwel nooit over zichzelf spreekt. Het is steeds ‘we’. Als we haar daarop wijzen, moet ze lachen. “Dat doe ik bewust. Ooit had ik een directeur die na twee maanden nog steeds over ‘jullie’ sprak. Dat vond ik verschrikkelijk. Ik heb mezelf toen voorgenomen: als je ergens begint, is het meteen ‘we’.
Die teamgedachte loopt als een rode draad door haar loopbaan. Toch was de overstap terug naar Zeeland niet helemaal zonder hobbels. Rond haar terugkeer ontstond commotie over een tijdelijke adviesklus voor de gemeente Middelburg. Een krantenkop met de strekking dat een raadslid de meerwaarde van Anita Pijpelink niet zag, kwam hard aan. “Dat vond ik echt naar. De burgemeester had een vraag en ik wilde mijn netwerk tien uur per week inzetten, twee maanden lang. Dat het zo persoonlijk werd gemaakt, terwijl toekomstige werkgevers ook meelezen, voelde niet goed. Daarom heb ik uiteindelijk besloten die opdracht niet te doen.”
Maar juist daarom deed ons simpele berichtje, van begin april, haar goed.“‘Welkom thuis.’ Dat voelde als iemand die begreep hoe het voor mij was, na twee jaar steeds heen en weer reizen naar Den Haag.” Van spijt over haar Haagse periode is echter geen sprake. “Ik gun iedereen een periode waarin je buiten je comfortzone groeit. Ik noemde het groeipijn. Je groeit enorm, maar het is niet altijd leuk. Soms voelde Den Haag echt als een wespennest.”
Eén hoofdstuk had ze graag nog afgemaakt: de parlementaire enquête naar de coronacrisis.“Toen onlangs de openbare verhoren begonnen, dacht ik wel even: verdorie, ik had daar graag achter die tafel gezeten.” De coronaperiode liet diepe sporen na, merkt ze. “Wij kregen wekelijks mails van mensen voor wie corona nog helemaal niet voorbij was. Als samenleving gingen we na de pandemie meteen door naar Oekraïne en de energiecrisis. Er was nauwelijks ruimte om terug te kijken. Zo’n enquête gaat niet alleen over schuldigen aanwijzen, maar juist over lessen trekken en erkenning geven.”
Zelf voerde ze uiteindelijk 89 besloten gesprekken. “Mijn laatste gesprek was op 15 oktober. Ze duurden vaak drie uur of langer. Dat waren intensieve gesprekken.”
Na de verkiezingsuitslag was duidelijk dat haar politieke loopbaan voorlopig ten einde was. “Ik stond op plek 26, we haalden twintig zetels. Toen wist ik: dit was het.” Pas daarna merkte ze hoeveel energie de Haagse jaren hadden gekost. “Mijn leercurve was sky high. Toen ik terugkwam bleek ik meer moe dan ik zelf dacht. Mijn lijf zei eigenlijk: de adrenaline hoeft niet meer. Ik heb deze winter ontzettend veel geslapen. Pas eind maart voelde ik mijn energie weer terugkomen.”
Voor een nieuwe baan had ze twee voorwaarden. “Die moest vanuit Middelburg goed bereikbaar zijn én betekenis hebben. Ik zocht geen gespreid bedje. Ik zocht weer een uitdaging.” Die uitdaging ziet ze volop bij CBK Zeeland. “Kunstenaars helpen ons de samenleving te duiden. Ik vind de wereld soms ontzettend braaf, preuts en betuttelend geworden. Juist kunstenaars houden ons een spiegel voor. Ze laten zien hoe ridicuul sommige dingen eigenlijk zijn.” Volgens haar is dat in Zeeland niet altijd vanzelfsprekend. “De liefde voor beeldende kunst is hier geen automatisme. Dat heeft ook met onze cultuur te maken.”
Dat kunst soms schuurt, hoort er volgens haar juist bij. Gesprekken over projecten als Façade of installaties in de openbare ruimte laten zien dat mensen wél geraakt worden, ook als ze zich afvragen wat ze precies zien. “Laten we kunstenaars juist gebruiken om de samenleving te bevragen. En we mogen daarbij ook best wat vaker lachen.”
Ook binnen de sector ziet ze uitdagingen. Zo moeten culturele instellingen volgens de Fair Pay Code kunstenaars beter betalen. “Dat vind ik terecht. Alleen is er nauwelijks extra geld bij gekomen. Dus betalen organisaties kunstenaars beter, maar houden ze zelf minder over. Dat wringt.”
Met zes medewerkers (vanaf september zeven) wil ze het CBK de komende jaren zichtbaarder maken. Ze bezoekt alle nieuwe wethouders van cultuur om uit te leggen wat het CBK voor gemeenten kan betekenen. “Ik weet inmiddels wel een beetje hoe de hazen lopen. Soms moet je precies weten wanneer je een por moet geven om iets financieel voor elkaar te krijgen.”
Intussen verkent ze ook haar eigen blik op kwaliteit in de kunst. “Ik ben daar, eerlijk gezegd, zelf ook nog naar op zoek. Soms ontdek je kwaliteit juist doordat anderen je ergens op wijzen.” Ze noemt kunstenaars als Marinus Boezem, Piet Dieleman, Loek Grootjans en Tamara Dees.
“Marinus Boezem is wereldberoemd en toch moet hij in Zeeland nog steeds moeite doen om zijn werk geplaatst te krijgen. We zijn niet altijd goed in het eren van onze eigen helden.” Meer aandacht voor Zeeuwse makers vindt ze dan ook vanzelfsprekend. “Dit zijn onze kunstenaars. Dit is wie we zijn.”
De volgende editie van Façade sluit daar volgens haar mooi op aan. Het thema wordt ‘Een overvloed aan gebrek’, geïnspireerd op de Four Freedoms. “Het gaat niet over materiële armoede, maar over gebrek aan gemeenschapszin en belangstelling voor elkaar. Ik hoop dat dat gesprek in Middelburg op gang komt.” Want uiteindelijk, zegt ze, is dat misschien wel de belangrijkste taak van kunst. Niet om overal direct een antwoord op te geven, maar om mensen even stil te laten staan.
Als we na het gesprek ook nog even naar de kunstuitleen van CBK lopen (waar Anita ook graag meer bekendheid aan wil geven) komt het gesprek ook nog even op vrouwen op sleutelposities in Zeeland. Een paar dagen eerder hadden we de vertrekkende Middelburgse wethouder Willemien Treurniet horen zeggen dat ze alle vertrouwen heeft in de nieuwe wethouders van de stad, maar het wel jammer vindt dat er onder hen geen vrouwen meer zijn. Dat vindt Anita ook, maar tegelijkertijd constateert ze dat vrouwen wel sterk vertegenwoordigd zijn in Cultureel Middelburg. De directeuren van het Zeeuws Archief, de ZB, het Zeeuws Museum, CBK, Vleeshal en Cultuurkwadraat? Allemaal vrouwen.
Dat gegeven zet de wereld van kunst en cultuur in onze stad misschien niet meteen op z’n kop, maar is wel interessant. Ook voor Anita. In haar nieuwe rol zou ze graag eens informeel zitten met al die dames samen. Een flesje wijn opentrekken en dan lekker bomen.
We zien het tafereel al een beetje voor ons. Het vastleggen waard, toch? Wie weet. Als het ooit van komt krijgen we een appje, en mogen we er misschien even een kiekje van maken. Cool!