Na 25 jaar behoeft City of Dance geen introductie meer. Vele Middelburgers bezochten het festival in de loop der jaren en zij die dat niet deden hebben er toch zeker wel eens iets over gehoord of gelezen.
Maar wie zijn toch al die mensen die er jaar in, jaar uit voor zorgen dat alles er staat, goed verloopt en is geregeld?
Denk aan de vrijwilligers, de regelaars, de horecamensen en beveiligers en aan de bouwers en sjouwers. Veel van die mensen zijn er al vanaf de beginjaren bij. Het zijn mannen en vrouwen met fulltime banen, gezinnen, drukke agenda’s en heel andere levens, die tóch ieder jaar weer vrijmaken voor dat ene weekend in juli. Omdat het leuk is. Omdat het vertrouwd is. Omdat het voelt als thuiskomen.
Of zoals Leonie van Dijke het zegt: “Er zit al jarenlang zo’n fantastisch team achter. Daar mag ook echt wel eens aandacht aan besteed worden.”
Leonie weet waar ze het over heeft. Ze werkt al jaren bij Zanzibar in Middelburg en is voor velen ook een van de vertrouwde gezichten van City of Dance. Niet als iemand die zichzelf graag op de voorgrond zet, maar wel als iemand die heel veel lijnen bij elkaar houdt. Als er iets speelt op het terrein, als iemand iets moet weten, als er even geschakeld moet worden tussen beveiliging, organisatie of medewerkers, dan weten mensen haar te vinden.
“Martin en Elina zijn natuurlijk de organisatoren”, vertelt ze. “Maar op het bedrijventerrein zelf ben ik vaak een soort woordvoerder. Niet dat ik de hele dag over dat terrein loop te roepen wat iedereen moet doen hoor. Het gaat allemaal behoorlijk zelfstandig. Maar als er iets is, dan is het wel makkelijk als mensen weten bij wie ze terechtkunnen.”
Voor Leonie begon het allemaal in 2004, toen ze bij Brooklyn werkte. Toen was City of Dance nog een heel ander festival dan nu. Kleiner, simpeler, met een bar op Hof van Tange. “Gewoon echt stampwerk,” zegt ze lachend. Het eerste jaar hielp ze mee. Het jaar daarna kreeg ze haar eigen barretje. Vier mensen waren genoeg, maar Leonie had meteen acht vrienden en vriendinnen die wilden helpen. Dus werkte ze in twee shifts.
Dat bleek een succes. Van het een kwam het ander. Eerst één bar. Toen meer mensen. Toen de vraag of ze niet gewoon het hele personeelsgedeelte kon regelen. “Het is eigenlijk sinds 2004 vanzelf op een hele natuurlijke manier zo gegroeid.”
Dat natuurlijke groeien is tekenend voor City of Dance. Veel mensen kwamen ooit eens helpen omdat iemand vroeg: “Joh, lijkt het je leuk?” En vervolgens bleven ze hangen. Niet voor één editie, maar voor jaren. Soms gingen ze even weg en kwamen ze later weer terug. Soms namen ze vrienden mee. En inmiddels zijn er zelfs kinderen van medewerkers die zelf vragen wanneer ze eindelijk oud genoeg zijn om mee te werken.
Bij Leonie thuis is dat niet anders. Haar kinderen, inmiddels 10 en 12, kennen de mensen en de verhalen. Vorig jaar gingen ze voor het eerst zelf naar City of Dance. “Ze vonden het geweldig,” zegt Leonie. “Kinderen kennen nog geen schaamte. Die zitten niet op Insta te kijken of ze er goed uitzien. Die gaan gewoon dansen en gek doen.”
Haar zoon zou het liefst nu al meehelpen, maar daar moet hij nog even op wachten. Wettelijk mag dat pas vanaf veertien jaar. “Daar baalt hij echt van,” zegt Leonie. “Maar het is gewoon de volgende generatie.” Dat zegt veel. City of Dance is niet alleen een festival, maar ook een netwerk van mensen. Een club. Een familie bijna: de COD-familie.
Namen vallen vanzelf als Leonie begint te vertellen. Sander, Thomas of Marcel, om er maar eens drie te noemen. “Oh, en vergeet Tim en Wesley niet, die doen ook megaveel. Oh, en…. Haha, Nou ja. Er zijn er nog veel meer. Het zijn mensen uit de tijd van Brooklyn. Mensen die ooit in de horeca werkten, maar inmiddels allang een kantoorbaan hebben. Mensen die het hele jaar dossiers, deadlines of vergaderingen hebben en dan in juli juist uitkijken naar hard werken op een festivalterrein.” “Ik heb mensen met een saaie kantoorbaan die zeggen: ik kijk daar elk jaar weer naar uit. Als jullie ermee stoppen, weet ik niet wat ik met mezelf aan moet.”
Dat enthousiasme komt volgens Leonie ook doordat Martin en Elina altijd goed voor de mensen hebben gezorgd. Niet alleen praktisch, maar ook qua sfeer. “Er is altijd lekker veel te eten en het is gewoon goed geregeld. Zoveel liefde hebben ze erin gestoken, ook in het personeel. Daarom werk ik met mensen die er al tien jaar zijn of die weer terugkomen.”
En dan is er natuurlijk Martin Priem zelf. City of Dance is zijn kindje, zegt Leonie. Ze vraagt hem naar eigen zeggen ieder jaar of hij er nog mee doorgaat. En ieder jaar is het antwoord hetzelfde: hij vindt het nog veel te leuk. “Die kan echt niet stil van zijn pensioen gaan genieten. Hij heeft zoveel creativiteit. Hij is niet te houden. Als hij terugkomt van reizen, loopt hij weer over van de ideeën. Dat enthousiasme slaat op je over. Je verveelt je nooit.”
Ook dat hoort bij City of Dance: het verandert steeds. Het festival is al lang niet meer het feestje van vroeger op Hof van Tange. Het is een groot festivalweekend geworden, met meerdere podia, een breed programma en duizenden bezoekers. Maar onder al die groei zit nog steeds die oude basis: samen de schouders eronder zetten.
Leonie vindt het belangrijk dat een teamleider niet alleen aanwijst, maar ook meedoet. Wie bij Zanzibar binnenloopt, ziet haar net zo makkelijk met een babystoeltje, een doekje of een dienblad in haar handen als met een telefoon of portofoon. “Ik vind dat de kwaliteit van een goede teamleider: gewoon met het team meewerken en niet vanaf een kruk zitten aansturen. Ik ben fit, dus ik wil ook gewoon lekker hard meewerken.”
Dat past bij het festival. City of Dance is glans en show aan de voorkant, maar aan de achterkant is het vooral aanpakken. Bouwen, sjouwen, regelen, improviseren. En soms ook: omgaan met spanning.
Zoals twee jaar geleden, toen het weer op vrijdag ineens roet in het eten dreigde te gooien. Onweer, regen, onzekerheid. Gaat het door? Kan het veilig? Wat zegt de gemeente? Wat zeggen de hulpdiensten? “Er komt stiekem zoveel bij kijken,” zegt Leonie. “Je krijgt een vergunning, maar daar zitten heel veel regels aan vast. Als we die niet naleven, loop je het risico die kwijt te raken.”
Het is een kant van festivals waar bezoekers meestal weinig van meekrijgen. En dat is ook de bedoeling. Als alles goed gaat, merkt het publiek vooral dat het terrein open is, de muziek klinkt, de bar draait en de sfeer goed is. Maar achter dat ogenschijnlijk vanzelfsprekende feest zit maanden werk. Martin en Elina beginnen in september alweer met de volgende editie. Voor Leonie en het team wordt het vanaf maart concreter, maar tussendoor is er altijd contact.
En dan staat daar in 2026 weer een nieuwe editie. Op vrijdag 17 juli begint het weekend met Free Friday: een gratis festivaldag voor alle leeftijden, met muziek, live acts, straattheater, workshops en activiteiten voor jong en oud. De dag erna, zaterdag 18 juli, barst de grote festivaldag los, met onder meer de bekende City of Dance-mix van dance, hardstyle, techno, feest, liveacts en alles daartussenin.
Ook dit jaar zit er dus weer veel energie in de vrijdag, zegt Leonie. Juist omdat die dag laagdrempelig is. Gratis, festivalwaardig en geschikt voor gezinnen, toeristen en dagjesmensen. “Mijn eigen kinderen vonden het geweldig,” zegt ze. “En dat is eigenlijk ook precies wat je wil: dat mensen gewoon lekker gaan dansen en gek doen.”
Daarmee is City of Dance ook een beetje van Middelburg zelf. Niet alleen omdat het festival hier al zo lang thuishoort, maar vooral omdat er zoveel Middelburgers en bekenden achter de schermen aan meewerken. Als een familie dus. Ze bouwen mee. Ze tappen. Ze regelen en vangen op. Ze wijzen de weg. Ze houden de boel draaiende als het druk wordt. Ze zijn er als het regent, als de zon schijnt, als de muziek begint en als het terrein weer leegloopt.
Kortom: Zij zijn City of Dance!
En als het aan Leonie ligt, komt iedereen ook dit jaar weer kijken. “Het is echt het pareltje van Middelburg. Er zit creativiteit, liefde en plezier in. Als jullie nu nog even het weer zouden kunnen regelen: zo’n 24 tot 27 graden, zonder onweer in de weekenden. Dat zou mooi zijn.!”
Daar tekenen we voor.