Een buitenkansje: morgen houdt Vleeshal het maandelijkse inloopspreekuur. In dat uurtje kun je, zonder afspraak en gratis, al je vragen stellen aan een medewerker van het centrum voor hedendaagse kunst. Iedereen is welkom tussen 14.00 en 15.00 uur.
Extra leuk is dat morgen het spreekuur wordt gehouden door de nieuwe directeur van Vleeshal, Vivian Ziherl. Ze is vorige maand maand begonnen. In augustus schreven we kort iets over deze van oorsprong Australische vrouw, die sinds een jaar of tien in Nederland woont en werkt. We hadden onder meer gelezen dat ze bekend staat als een vrouw die in haar veel werk waarde hecht aan lokale betrokkenheid.
We merkten al snel dat dit inderdaad zo is. Een paar weken terug kregen we een mail van Vleeshal: of we eens kennis met haar wilden maken. Dat leek Vivian leuk, in ieder geval. Nou, ons ook, zeker toen we lazen dat ze graag ergens in de Middelburgse horeca met ons af wilde spreken. Dat klonk sympathiek!
En sympathiek ís Vivian ook. We begonnen de kennismaking nog een tikje formeel, in ZB Bibliotheek van Zeeland, omdat we hadden begrepen dat ze daar ook nog niet was geweest in haar eerste weken. We leidden haar graag kort rond, en lieten haar ook ‘de Vleeshalcollectie’ zien: een verzameling van circa drieduizend boeken die Vleeshal zelf ooit verwierf, maar die de ZB sinds enkele jaren in beheer heeft, in het magazijn. Zo’n beetje sinds de sluiting van de kabinetten van de Vleeshal, die tot 2017 in de Zusterstraat waren te vinden.
In de ZB spraken we vooral over boeken, de Vleeshal en Zeeuwse kunstenaars. Het viel ons op dat Vivian al veel wist over haar nieuwe werkplek, én over kunst in en uit Zeeland in het algemeen. Of het nu ging over Piet Dieleman, of over Marlow Moss: ze wist er veel over te vertellen. Dat ze bij Vleeshal belandde was ook zeker geen toeval. Ze had het kunstcentrum al heel hoog zitten voordat ze er solliciteerde. “Vleeshal is een podium voor het allerbeste van hedendaagse kunst, van de jaren 70 tot nu. Vergeleken met muziek een soort album voor hits, ’the best of’. Hoeveel grote namen van nu er ooit in Vleeshal hun debuut beleefden: dat is echt bijzonder.”
Allemaal prachtig, maar als het gaat om kunst en Vleeshal weten wij onze plek. Dan moeten we vooral luisteren, om het geheel geleidelijk steeds beter te leren begrijpen. Eenmaal buiten de ZB ging het echter opeens over heel andere dingen. De magie van Middelburg bijvoorbeeld. Vivian woont er nog niet lang, maar ze is dol op de stad. “Er is een spoor van magie, iets prachtigs”, lachte ze. Een paar dagen per week is ze ook nog in Amsterdam, bij haar partner, maar ze heeft ook een appartement in Middelburg. Hier is ze vooral bezig met Vleeshal, daar met het internationale netwerk dat ze heeft, en met andere zaken.
Maar we zouden ergens wat gaan drinken. “Wat wil je Vivian? We kunnen naar Jells bijvoorbeeld, of naar de Juf?” Die zaken bleek ze al te kennen. Toen we verklapten dat Seventy-Seven een lievelings van ons is haakte ze meteen aan. “Oh ja, daar gaan we heen. Ik ben er nog niet geweest.” We maakten eruit op dat ze er wel al van had gehoord. Eenmaal binnen ging ze voor de koffie en de tosti, en gaf ze ons alle ruimte om uit te leggen wat Sev Sev maakt. Toen ze hoorde van Connie de Lange en al de dingen waar zij bij betrokken was zagen we haar zelfs aantekeningen maken. “Die vrouw wil ik ook wel eens ontmoeten.”
Even het terras op vond ze ook al prima. Kok Jeroen Seijbel sloot ook spontaan aan. We waarschuwden nog even dat het over de Vleeshal en kunst ging, maar dat bleek helemaal niet nodig. Jeroen grijnsde nog even dat hij daar waarschijnlijk vaker was geweest dan wij, maar dat niet alleen: toen het eenmaal ging over Australië ging het gesprek vlekkeloos over op sport, en dan met name Rugby. Die sport is groot in Australië en Jeroen? Dat is een rugbyliefhebber pur sang. De rode draad ontging óns uiteraard volledig, maar het was heerlijk om de twee er geanimeerd over te horen praten. Long live the Wallabies!
En zo kwamen we ook te praten over Vivians komst naar Zeeland. Ze had ons eerder al de ring met Zeeuwse knop laten zien, die ze op een markt op de kop had getikt, maar nu barstte ze ook los over haar liefde voor eilanden. Ze vertelde over haar geboorteplaats Brisbane, aan de oostkust van Australië, en over al de prachtige zandeilanden die zijn te vinden in Moreton Bay, daar pal voor de kust. Zeeland is weliswaar volkomen anders, maar toch was er de associatie met Minjerribah, of North Stradboke Island, waar Vivian goede herinneringen aan bewaart. Het is ook een eiland dat wemelt van de inheemse kunstenaars. Geloof het maar gewoon als we zeggen dat Vivian daar ook veel over kan vertellen.
Pas na het gesprek bekeken wij wat websites over Brisbane en omgeving. We wisten er nog vrijwel niets over. Bij het zien van de schoonheid van de natuur in die omgeving konden we weinig meer uitbrengen dan ‘wow’! Queensland is een bestemming hoor, alleen dan heel ver weg. Vivian groeide er mee op. Ze houdt van haar geboorteland -en streek, maar ze kwam toch naar Europa. Voor de kunst, door de kunst. Dat zegt ook al wat hè? En het oude Zeeland fascineert haar net zo veel als Nieuw-Zeeland, waar ze ook een sterke band mee heeft.
Wat het precies allemaal betekent, daar zijn we ook nog niet uit, maar feit is dat Vleeshal een nieuwe directeur heeft met een zeer brede horizon, en een vizier dat wijd open staat. Haar signatuur zullen we pas echt gaan zien vanaf volgend jaar, als ze haar eigen exposities cureert, en als ze dat grote feest gaat vieren, van 50 jaar Vleeshal. We hebben al beloofd dat we graag helpen bij het zoeken naar oude foto’s. Dat het maar een knalfuif mag worden.
Tijdens het spreekuur hoéf je natuurlijk niet over Vivian zelf te beginnen. Er is ook gewoon een lopende groepsexpositie, ‘Tatar* Kiss’. Of de kistjes die Vleeshal speciaal liet maken voor kinderen. Ook daar vertelt Vivian gemakkelijk verhalen over. Die verhalen maak je dat je de kunst in Vleeshal heel anders gaat zien. Neem nu die cupido’s, bij de start van de tentoonstelling, van Stas Shärifullá & Ziliä Qansurá, twee kunstenaars met Bashqortse roots.
Wat zegt u?
Ja, we schakelen nu even over naar de Basjkieren, een Turkse volksstam in Rusland, grotendeels levend in de republiek Basjkortostan. De cupido’s die je nu in Vleeshal ziet zweven vertellen een van hun verhalen. Een vertaling van de tekst uit het boekje bij de tentoonstelling:
Het werk ontstond na een ontmoeting met een monument voor een Bashqortse boogschutter in Veessen, Nederland. Dit monument verbeeldt de ‘exotische’ oosterse krijgers — les amours du Nord (noordelijke cupido’s) — die hielpen bij de bevrijding van Nederland van de Napoleontische overheersing.
Volgens de Russische geschiedschrijving gebruikten de Fransen deze bijnaam, les amours du Nord, voor de Bashqorten, een inheems volk uit het Oeralgebied, dat diende in het Russische keizerlijke leger — ook al ontnam datzelfde rijk hen hun land en autonomie. Ondanks hun inzet werden niet-Russische soldaten als inorodtsy (‘mensen van een andere soort’ beschouwd en aan beperkingen onderworpen. Bashqorten mochten geen vuurwapens bezitten en moesten vechten met houten bogen. Rusland gebruikt tot op de dag van vandaag het beeld van niet-Russische soldaten als dappere krijgers om historisch onderdrukte volkeren naar het front te sturen — ook in de huidige oorlog in Oekraïne, waar zij opnieuw tot de grootste slachtoffers behoren.
De bogen en pijlen van Ziliä’s cupido’s kunnen niemand verwonden. Ze maakt gebruik van vilten — een traditioneel en cultureel belangrijk Bashqorts ambacht — om het beeld van les amours du Nord te herinterpreteren. In zijn deel van het werk vertolkt Stas een volkslied over Qahım Türä, een Bashqortse commandant tijdens de Napoleontische oorlogen, die volgens overlevering door Russische troepen werd vergiftigd op zijn terugweg naar huis.
Dat wist je niet he? Welnu, wij ook niet. Maar Vivian wist het wel. Vraag maar raak hoor, morgen. De voertaal is Engels, maar ze spreekt ook heus wel Nederlands.
Welkom in Middelburg, Vivian, welkom in Vleeshal.