Vorige week kregen we een berichtje van Leen Schrijver. Hij wilde ons graag attenderen op het jaarevenement van de Nederlandse Dwergautoclub, dat deze keer in Middelburg en omgeving wordt georganiseerd. Hij verwees ons door naar Diana Klepper en haar vriend, die het event samen coördineren. Het stel legde uit de DWAC een rijdende club is, en dat er daarom niet veel momenten zijn waarop alle auto’s tegelijkertijd bewonderd kunnen worden.
Zondagochtend om 10.00 uur op de Markt is maak je in Middelburg de meeste kans om ze bij elkaar te zien, maar als je vandaag of morgen ergens op Walcheren of Beveland bent zie je de stoet van tachtig tot honderd autootjes misschien ook passeren. Er staan diverse ritten op het programma.
Wij mochten voor deze gelegenheid gisteren even een kijkje komen nemen op Stadscamping Zeeland, waar veel deelnemers verblijven. We zouden onszelf niet snel omschrijven als autoliefhebbers, maar gisteravond genoten we met volle teugen. De meeste dwergauto’s hadden we nog niet eerder gezien, zelfs niet op foto’s. De eerste indruk? Mooi en vertederend? Grappig en indrukwekkend? Vrolijk en verrassend? Na ja, zoiets. Superleuk om te zien, zo simpel is het.
We spraken net even iets langer met clubleden Gerard (85) en Nel Klaasen (75) uit Assen. Echte liefhebbers, al vele jaren lang. Ze rijden in een Heinkel 154. Een samenvatting van het gesprekje is niet eens nodig. Voor hun verhaal verwijzen we graag naar een artikel van De Week van Borne. Mooi!
Rest alleen nog de vraag wanneer een kleine auto nu eigenlijk een dwergauto is, volgens de criteria van de Nederlandse Dwergautoclub? We slaan de website van de club er even op na:
De volgende criteria worden gehanteerd:
– Het vermogen bedraagt maximaal 26 pk
– De lengte van het voertuig bedraagt max. 3,20 meter
– Er zijn in totaal maximaal 300.000 auto’s van dit type geproduceerd
– Productie is gestopt vóór eind 1978 (wettelijke grens voor donkerblauwe kentekenplaten)
– Er is in Nederland geen andere autoclub die zich met dit type bezighoudt
Denk aan merken en types als de BMW Isetta, de Glas Goggomobil, de Heinkel Kabine, de Messerschmitt, en de Suzuki Fronte
De site legt verder uit:
‘De kern van de DWAC wordt gevormd door naoorlogse bubblecars. Deze kenmerken zich door een hoge aaibaarheidsfactor en gering aantal pk’s, en werden meestal niet op industriële schaal geproduceerd. Uitgangspunt is dat klassieke dwergauto’s voertuigen zijn met een auto- of motorfietskenteken (dus geen brommobielen of andere voertuigen met hulpmotor), en dat ze gerechtigd moeten zijn tot het voeren van donkerblauwe kentekenplaten. Bij voorkeur zitten die er ook daadwerkelijk op.’
Dit, en nog veel meer, kun je lezen op https://www.dwac.nl.