Voor de Tweede Wereldoorlog maakte een hotel deel uit van het Abdijcomplex in Middelburg. Van 1870 tot 1940 heette het Hotel De Abdij, voor die tijd Het Nederlandsch Logement. Hotel de Abdij zat in het deel waar nu de hoofdingang is van de kantoren van Provincie Zeeland.
In 1938 heeft het Rijk plannen met het pand en wordt een onteigeningsprocedure in gang gezet. Eind 1938 wordt het onteigeningsplan door zowel de Tweede- als de Eerste Kamer goedgekeurd. Johan Schlüter en echtgenote bleven echter het hotel uitbaten tot het bombardement van mei 1940.
Er was veel te doen over de onteigening in Middelburg of toch niet? Een mooi verslag in een blad van toen, Wij, Ons Leven Ons Werk:
Geweldloze strijd om het Abdijplein in Middelburg
De gemoederen in Middelburg zijn in beroering gekomen. Zo heet het tenminste officieel. Maar in werkelijkheid valt het nogal mee. Er moet al heel wat gebeuren willen de Zeeuwen zich erg druk maken en wie een dagje in Middelburg rondwandelt en met de mensen spreekt, bemerkt al spoedig, dat de „grote kwestie”, die zo breed is uitgemeten in de kranten, — de onteigeningsplannen van de regering — met betrekking tot het hotel „De Abdij” — nu niet bepaald geschikt is om Middelburgers in opstand te brengen.
Ieder, die Middelburg wel eens bezocht heeft, kent de Abdij. Het vroegere klooster, schitterend gelegen in de schaduw van hoge, stevige bomen, wordt jaarlijks door duizenden vreemdelingen bezocht en bewonderd. Men moet eens in Middelburg komen, wanneer de ringrijderij aan de gang zijn. Dan staat de Grote Markt vol met autobussen, vooral uit België en dan doet de bevolking het stadje met zijn schitterend stadhuis goede zaken.
Van heinde en ver komen de vreemdelingen dan naar Middelburg om de stoere Zeeuwse boerenjongens op hun fiere, stevige paarden door de stad te zien rijden, op weg naar de Abdij, waar zij elkaar in het ringrijden de loef zullen afsteken. Prachtige prijzen zijn er elk jaar te winnen en wie er in slaagt in volle galop de lange stok de meeste keren door de ring te steken, is koning van Middelburg.
Steektoernooi
Dan is het zwart van het volk en kan men bijna geen plaatsje vinden in de buurt van de Abdij. Dan zit ook het terras van het hotel „De Abdij” vol met vreemdelingen, die onder het genot van een geurig kop koffie het schone steektoernooi bewonderen.
En juist om dit hotel met zijn brede en grote terras gaat de strijd. De regering heeft nl. het plan om dit hotel te onteigenen, daar de centrale overheid voor het uitbreiden der provinciale griffie van Zeeland en ten behoeve van de Rijksarchieven in Middelburg in beslag heeft genomen het oude. En daartegen zijn velen in verzet gekomen. Zij willen de huidige toestand behouden om de culturele en aesthetische zijde van deze zaak.
Is deze zaak nu werkelijk zo van belang om er krantenartikelen aan te wijden? In Middelburg maakt men er zich werkelijk zo druk niet om. Zeker, er zijn twee kampen, voor- en tegenstanders van het behoud van Hotel de Abdij, maar zij bestrijden elkaar op waardige wijze, zoals het Zeeuwen betaamt. De veren vliegen er heus niet af. En mocht de ene partij de strijd verliezen, dan zal zij er haar tegenstanders heus niet om in de haren vliegen.
Laat ons eerst een bezoek brengen aan het kamp van de voorstanders van het behoud van Hotel de Abdij.
Zal het gezellige hotel „De Abdij” in Middelburg gaan verdwijnen? Deze vraag, die men zich in Zeeland veelal reeds jaren geleden stelde, nu de regering de vroegere venduhuis van het oude Abdijplein had aangekocht, is opnieuw actueel geworden. De voorstanders van het behoud van het hotel hebben sterke argumenten, dat dit erkend. Zit er niet een culturele zijde aan deze zaak en moet het hele Abdijplein niet op de monumentenlijst worden geplaatst? Bovendien moet niet uit het oog verloren worden, dat vele leveranciers en winkeliers goed belang hebben bij het blijven bestaan van het hotel. Zij heffen daarom de kreet aan: Hotel de Abdij blijve bestaan! En in Middelburg werden lijsten uitgezet waarop de bevolking kon tekenen voor het behoud van het hotel. Het resultaat was echter teleurstellend voor de behouders, want het aantal handtekeningen bedroeg slechts enkele honderden.
Wij zeiden het reeds: Er moeten heel andere dingen gebeuren om de Zeeuwen zo in het geweer te brengen, dat zij zich werkelijk druk gaan maken.
En nu begeven wij ons in het kamp van de onteigening.
Op de foto hier boven ziet men het reeds door het rijk aangekochte gedeelte van de Abdij in Middelburg, waar vroeger een verkoophuis was gevestigd. Het is zeer waarschijnlijk de bedoeling om in dit vroegere venduhuis een rijksarchief te vestigen. De foto links geeft een kijkje op een van de straatjes, uitziende op een uithoek van de Abdij, waar de provinciale archieven gevestigd zijn.
Maar bloed zal er om die zaak niet vloeien. Daar staat de nuchterheid van de Zeeuwen borg voor. Er zullen wellicht nog vele artikelen over deze kwestie geschreven worden en in de Kamer zal er misschien over gesproken worden, maar een aardbeving zal zijn Middelburg niet veroorzaken.
Binnenkort zullen de ringrijders weer beslag leggen op het Abdijplein. En dan zal weer galmend van hun zegekreet en de lieve Zeeuwse schoonen zullen trots kijken naar de verrichtingen van hun vrijers, die zich uitsloven om de lange stokken in volle galop door de ringen te krijgen. De vreemdelingen zullen die dag naar Middelburg komen, er zal Vlaams geklapt worden en een aardige Engelse jongedame zullen dubbetjes geven aan de kleine Zeeuwse meisjes, die zich in hun mooie pakjes gestoken, op de grote Markt laten bekijken. En op het terras van hotel „De Abdij” zullen vele kopjes koffie gedronken worden en alle logeerkamers zullen ongetwijfeld volgeboekt zijn. Wellicht voor de laatste keer!
Prettig
Het is heel prettig voor de vreemdelingen, dat zij in Hotel de Abdij kunnen logeren en het is ongetwijfeld ook heel prettig voor sommige Middelburgers, die gewend zijn ’s ochtends hun kopje koffie op het terras van het hotel te genieten, maar is het niet meer in overeenstemming met de historische betekenis van het gebouw, wanneer het hotel verdwijnt en alles in handen van het rijk komt? Waarom zou de schoonheid van het Abdijplein worden geschaad wanneer het hotel verdwijnt en er een kantoorgebouw voor in de plaats komt?
Dit behoeft in het geheel niet het geval te zijn. Integendeel, wanneer de restauratie goed geschiedt, kan het Abdijplein er slechts in schoonheid bij winnen.
De voorstanders van onteigening geven toe, dat het hotel voortreffelijk geëxploiteerd wordt door een eerbiedwaardige familie en dat het fleur geeft aan het Abdijplein. Maar stel nu eens, dat die familie ophoudt het hotel te exploiteren. Dat het verkocht moet worden en er b.v. een cafetaria in gevestigd wordt. Of een bioscoop of een dancing.
Laat het rijk dus rustig het hotel onteigenen, want dan is men er tenminste zeker van, dat de rustige sfeer van het Abdijplein altijd behouden zal blijven. De toeristen zullen er niet minder om komen, integendeel, hoe rustiger de sfeer is, des te groter zal de faam van dit historische bouwwerk worden.
Maar één voorwaarde stellen de voorstanders van het onteigeningsvoorstel. Wanneer de onteigening eenmaal is geschied, moet het rijk het gebouw niet vijf of zes jaar leeg laten staan alvorens met de restauratie te beginnen. Dit moet onmiddellijk geschieden.
Zo staat de zaak er in Middelburg voor. Voor of tegen behoud van hotel „De Abdij”, dat is de vraag, die gesteld wordt.
Knipsels: Delpher, KB nationale bibliotheek
Foto 1935: Beeldbank ZB Bibliotheek van Zeeland