Expositie Leo Copers ’toveren met tegenstellingen’

Tineke Smith van SmithART en Dick de Bruijn van RUIMTE VOOR KUNST in Middelburg kondigen een museale tentoonstelling aan met werk van de Belgische kunstenaar Leo Copers (1947): Toveren met Tegenstellingen.

Opening

1 maart a.s., 13.00–17.00 uur.

Te zien t/m 22 mei
Beide galeries zijn geopend in het eerste weekend van de maand van 13.00–17.00 uur en verder op afspraak.

Locaties

SmithArt
Singelstraat 13, 4331 SR Middelburg
T 06 48268094
www.tinekesmith.com
smithart@live.com

RUIMTEVOOR KUNST – Dick de Bruijn
Singelstraat 11, 4331 SR Middelburg
T 06 25068730
www.dickdebruijn.nl
info@dickdebruijn.nl


Het werk geduid

Leo Copers (1947) is een vooraanstaand kunstenaar wiens werk past in de surrealistische traditie van België, met vertegenwoordigers als René Magritte, Marcel Broodthaers en Guillaume Bijl. Ook de sfeer uit het werk van Willem Elsschot, Kuifje of Suske en Wiske vormt een referentie.

De titel van de tentoonstelling is ontleend aan een regel van Copers zelf in een catalogus. Omschrijvingen als De persiflage van het Normale of De Reflectie op het Absurde zouden de lading eveneens dekken. In Nederland is zijn werk verwant aan dat van Ger van Elk, Pieter Engels en Wim T. Schippers.

Copers’ oeuvre begint in 1969 met het werk Waterlamp: een brandende gloeilamp ondergedompeld in een bak water. Het vormt het startpunt van een reeks werken waarin tegenstellingen als vuur en water worden samengebracht. Zo liet hij druppels water en olie op een verhitte metaalplaat vallen, waardoor afwisselend een dampwolkje en een vlammetje ontstonden. In 1972 plaatste hij een platenspeler in een bak water die het nummer Fire van The Crazy World of Arthur Brown draaide.

Copers werkt als een eigentijdse alchemist die tegengestelde elementen tot een paradoxaal beeld dwingt. Soms onderzoekt hij het onmogelijke, zoals het in brand steken van de watervallen van Coo, of één enkele boom in een bos in lichterlaaie zetten.

Zijn verwantschap met René Magritte blijkt uit het visualiseren van wonderlijke of absurde situaties. Er zijn rechtstreekse hommages, zoals een ondersteboven hangend gordijn of een filmstrookje waarop een brandende tuba te zien is.

Emotionele extremen spelen eveneens een rol: liefde en haat, leven en dood. Een vroeg voorbeeld is Remake Swastika (1969), een hakenkruis uitgevoerd in de kleuren van de regenboog, dat ronddraait zodat de kleuren optisch tot wit versmelten. Het werk verwijst naar oude zonnesymboliek, maar houdt tegelijk de beladen historische connotatie vast.

In Gouden Kogel met Diamanten Punt (1977) verwijst de vorm naar brute dood, terwijl de materialen liefde en trouw symboliseren. De monumentale vazen – bekleed met kristalscherven, bot kristal of kleurrijke zijden chrysanten – balanceren tussen gevaar, hardheid en kwetsbaarheid. Ook in werken met vergiftigde wijn (belladonna en mandragora) wordt de spanning tussen mannelijke en vrouwelijke symboliek uitgespeeld.

Soms is er sprake van straf en foltering, zoals in het werk KALON (Grieks voor schoonheid), waarbij gloeiende brandijzerletters in een keteltje worden gestoken: schoonheid als brandmerk. Andere werken benadrukken juist zachtheid, zoals regenboogkleurige vleugels van duivenveren of een tangaslipje van gefixeerde vlindervleugels.

Copers speelt voortdurend met tegenpolen: schokkend en humoristisch, wrang en melancholiek. Hij verwijst naar sprookjes (de prins als kikker, de koets als pompoen) en naar middeleeuwse sagen. Zijn Onzichtbaar Zwaard is volledig uitgevoerd in kristal en balanceert op zijn punt.

In latere werken bevraagt hij de mythe van het kunstenaarschap, in lijn met Piero Manzoni en Marcel Broodthaers. Zo plaatste hij zijn handtekening – geschreven met een gouden pen in eigen bloed – in een gepantserde lijst achter kogelvrij glas. Ook schilderde hij in 1981 op het strand een berglandschap, met bijbehorende foto waarop hij in zwembroek schildert: het idee primeert boven het beeld. Beide werken dragen de titel De Blinde Ziener maakt een schilderij.

In 2002 presenteerde Copers de VIPAG (Vrijwillige Individuele Publieke Automatische Gevangenis): een kooi die in de openbare ruimte wordt geplaatst. Bezoekers kunnen zichzelf tegen betaling vijf minuten opsluiten. Een rode lamp brandt wanneer de cel bezet is. Via internetcamera’s kan men thuis volgen of er iemand gevangen zit. De installatie speelt met vrijwilligheid, publieke zichtbaarheid en sociale controle.

In 2012 transformeerde Copers het park achter het Gentse SMAK tot een ‘Museumkerkhof’ met grafstenen van Europese en Amerikaanse musea – een directe confrontatie tussen eeuwige schoonheid en vergankelijkheid.

Voornaamste solotentoonstellingen

1988 – De Vleeshal, Middelburg
1990 – Six Friedrich, München
1991/2002 – Jack Tilton Gallery, New York
1999/2000/2005 – Galerie Dick de Bruijn, Amsterdam
2003 – S.M.A.K., Gent
2008 – Middelheim Museum, Antwerpen
2018 – M HKA, Antwerpen